Henk de Roest, Om de waardigheid van de beelddragers Gods. De theologische identiteit van het drugs- en straatpastoraat
Dit inleidende artikel situeert de context van dit themanummer over straat- en drugspastoraat: wat ging eraan vooraf? Daarnaast krijgt de lezer een goed beeld van de mensen met wie deze pastores werken en welke specifieke problemen verslaafden, dak- en thuislozen kennen. Ten slotte worden de verschillende werkplekken in Nederland en Vlaanderen genoemd en kort omschreven.
Nelly Versteeg, 'Laat het licht van uw gelaat over ons schijnen' (ps 67,2). Geloof en hoop in de Amsterdamse drugsscene
Onderstaand artikel beschrijft de activiteiten en werkomgeving van het Drugspastoraat Amsterdam (DPA): Welke plek heeft zij in de verslavingszorg? Waarin ligt haar eigenheid? Enkele illustraties geven een beeld van hoe de pastores werken. Er wordt ook ingezoomd op de bijbelse inspiratie van de pastor.
Bernadette van Dijk, Zegen. Praktische beschrijving van mijn identiteit als straatpastor
Waar hebben ‘de mensen van de straat’ iets aan en wat kan ik als pastor voor hen betekenen? De beantwoording van deze vraag gaat vergezeld van een aantal uitgangspunten: een pastor moet niet iemand willen veranderen, maar juist bijstaan in wat nu kan door de lat niet te hoog te leggen en door bevestiging te geven. Van belang is de wederkerigheid tussen de pastor en ‘haar’ mensen. De pastor moet ook naar zichzelf durven kijken, van de ander willen leren door samen een gemeenschap te vormen. En telkens opnieuw teruggaan en opnieuw beginnen: ‘Ik geef jou niet op!’
Klaas Koffeman, Het aangezicht van de eeuwige ligt op straat. Ontmoeting en gemeenschap in het straatpastoraat
Waarin liggen de kracht en de bezieling van de straatpastor? Kunnen we spreken van een ‘theologie van de straat’? In deze bijdrage worden enkele theologische aspecten verder doorgedacht door te kijken naar de pastorale grondhouding die wezenlijk lijkt in het werken als drugs- en straatpastor. Sleutelwoorden zijn diaconaat, presentie en gemeenschap. Zo worden veiligheid en rust gecreëerd en kunnen mensen zich met elkaar en met God verbinden.
Hans van Bemmel O.F.M. & Anita van Velzen, Echte ontmoeting. Naar een nieuwe spiritualiteit voor het drugspastoraat
De presentietheorie is van groot belang voor het straat- en drugspastoraat: het gaat er niet om mensen te veranderen, maar mensen nabij te zijn en naar hen te luisteren. Mee-leven door zichzelf als pastor aan te bieden en dit vanuit een bijbels-gelovige inspiratie die vooral de kwetsbare mens naar waarde schat. Het geloof doen, elke keer opnieuw!
Wieke de Wolff, Bron in de woestijn. Theologische identiteit van het straatpastoraat Utrecht
In dit artikel wordt ingegaan op de mens als beelddrager Gods. Niet alleen de pastor, die God in woorden en daden aanwezig wil brengen, maar ook de verslaafde, dak- en thuisloze zelf mag zich verstaan als geschapen naar Gods beeld. Welke beelden van God werken bevrijdend en ondersteunend? Wat betekenen joods-christelijke noties, zoals trouw, belofte, hoop, genade? De auteur gaat in op de eigenheid van het werk en de bezieling van de pastor. Ter beschikking staan werken aan wederkerigheid, symbolen, liederen en open staan voor aangename verrassingen.
Jurjen Beumer, Theologie van het drugs- en straatpastoraat. Een praktisch-spirituele reflectie
De eerste van de drie reflecties over de bijdragen van de drugs- en straatpastores heeft het over zogenaamde ‘voorkeuzes’ die onder meer schuilgaan achter onze eigen opvoeding en huidige maatschappelijk positie. Pastores dienen zich daar bewust van te worden, zodat ze de pastorale relatie niet in de weg staan. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de eerder genoemde noties ‘gemeenschap’, ‘spiritualiteit’, ‘meeleven’, ‘humor’ en ‘gebed’.
Herman Noordegraaf, Enige waarnemingen vanuit het diaconaat
Wat typeert drugs- en straatpastoraat als bijzondere vorm van diaconaat? In dit artikel gaat het over de theologische grondkeuze van het in relatie treden met mensen en hen bevestigen in hun waardigheid. De auteur ziet voor deze vorm van pastoraat ook taken op vlak van signalering en pleitbezorging. Tot slot wordt vanuit de eigen werkwijze en zeggingskracht dieper ingegaan op de plaats van het straat- en drugspastoraat ten opzichte van de overheid en de kerk als instituut.
Henk de Roest, 'Gespitste openheid'. Praktisch-theologische reflectie op de theologische identiteit van het drugs- en straatpastoraat
Deze laatste reflectie delft een theologie op uit de artikelen van de drugs- en straatpastores. Eerst wordt er gereflecteerd over hoe deze pastores God ter sprake brengen en hoe ze met de Schrift omgaan in hun werk. Vervolgens gaat de auteur in op vijf bewegingen die hij onderscheidt: het mens- en godsbeeld van de pastores en hun omgang daarmee, hun intenties, hun receptiviteit en ruimte voor wederkerigheid, hun aandacht voor verbinding en gemeenschapsvorming. Pastores blijken duidelijk te onderscheiden van andere hulpverleners. Ze maken verrassend veelzijdig gebruik van het tegoed van de christelijke traditie.
Harbert Booij, Beeldbeschouwing: Leven op straat
Kees de Groot, Een gastvrije parochie is niet een gezellige parochie
Dat aan het licht komt dat geestelijken kinderen en jongeren seksueel misbruikten, raakt het image van alle kerken en de aantrekkingskracht van geloven vandaag voor zoekers naar zin, betekenis, dienstverlening en gezamenlijkheid. Kerkmensen belijden ‘Ik geloof de kerk’. De kerk zoals die zich empirisch voordoet, maakt dat het des te meer aankomt op vertrouwen en hoop op een kerkelijke gemeenschap die een bezielde en gastvrije ecologie zou moeten zijn van aandacht en zorg. Dit artikel, geschreven vóór alle commotie van de laatste tijd, richt zich niet expliciet op de huidige toestand. Het keert zich wel tegen naar binnen gekeerd gedrag en tegen uitsluiting. Het nodigt uit om de gastvrijheid van de parochie of gemeente als beweging, gemeenschap en organisatie hoopvol en bescheiden gezicht te geven.
Gerrit Jan van der Kolm & Annemarie Noort, Samenwerking tussen GGZ en lokale geloofsgemeenschappen. De ontwikkeling van een signaleringsinstrument
‘Ja, maar ik ben toch geen psychotherapeut. Ik ben pastor en probeer mensen geestelijk te begeleiden en hen bij te staan hun situatie te leren verstaan in het licht en de lijn van het evangelie van troost, mededogen en vernieuwing’. ‘Tja, mooi, maar weet je genoeg van hun situatie? Als je iets van dat evangelie dichterbij een situatie wilt brengen, dan zul je toch iets moeten weten van de persoonlijkheid van mensen en van de situatie waarin ze verkeren. Wat weet jij van bijvoorbeeld van depressiviteit? Trouwens, misschien heb je ook wel een functie om psychische problemen te signaleren. We organiseren als dienst geestelijke verzorging zelfs cursussen voor jullie’.
Heye Heyen , Wat op de preekstoel over seks gezegd wordt
Dat de relatie van talloze pastores ten opzichte van seksualiteit aandacht verdient, behoeft vandaag de dag geen betoog. Dat de theologische waardering van seksualiteit en van de verhouding tussen geest en lichaam, en ook de persoonlijke omgang met seksualiteit niet zelden een impliciete rol spelen in uitspraken van pastores, blijkt uit een onderzoek naar, onderkoeld gezegd, de ‘woordverbinding met seks’ in preken. Het leert je op je woorden passen en maakt je alert voor valse tegenstellingen.
Auli van ’t Spijker-Niemi, Help! Ben ik verliefd? Seksualiteit in de pastorale communicatie
In pastorale gesprekken zit een opmerkelijk spanning. Aan de ene kant is het de bedoeling dat je als pastor nabij komt en op een intiem niveau in gesprek bent met een ander, die zich hopelijk op een diep niveau begrepen voelt. Gevoelens van genegenheid, gelaatsuitdrukkingen, een blik in de ogen, het uiterlijk van de ander, erotiek,… ze spreken altijd bij beide gesprekspartners mee. Aan de andere kant is een pastor professioneel, raadpleegt haar of zijn geweten en bewaart distantie, maar ook weer niet zoveel dat er geen warmte en duurzaam contact meer mogelijk is. Hoe hartelijk en oprecht te blijven in het spanningsveld van nabijheid en distantie?
Frans Savelkoul, Zingeving bij geriatrische patiënten. Stimulatie van religieuze verbeelding via ritualisatie
Wat krijgen demente mensen nou mee van pastorale aandacht? Gesprekken worden gevoerd, rituelen aangeboden… Het blijft een mysterie wat er zich precies in het bewustzijn van demente mensen afspeelt. Dat mensen altijd – in welke toestand zij zich ook bevinden – van waarde blijven, is een belangrijk pastoraaltheologisch uitgangspunt. Tegelijkertijd mogen we niet de uitdaging naast ons neerleggen om te onderzoeken wat aangeboden prikkels bij dementerenden teweegbrengen.
Herman Noordegraaf, Diaconaat. Een trendbericht: 2006-2009
Dit artikel bevat een geclusterde en geselecteerde aanduiding van publicaties op het terrein van het diaconaat. Onder diaconaat is – heel kort geformuleerd – te verstaan: de inzet van kerken en daarmee verbonden groepen en organisaties ter bestrijding van materiële en sociale noden. Hier wordt het protestantse woord, het diaconaat, aangehouden (rooms-katholiek: de diaconie). De periode die aan de orde komt, is die vanaf 2006 (omdat het vorige literatuurbericht liep tot en met 2005 (zie PT 33, nr. 4) tot in de eerste helft van 2009 (met enige uitlopers). Het gaat daarbij om hoofdlijnen. Een uitgebreid literatuurbericht is op de website te vinden.
De ontwikkeling van een signaleringsinstrument
‘Ja, maar ik ben toch geen psychotherapeut. Ik ben pastor en probeer mensen geestelijk te...
Nee, dit is niet het zoveelste boek over rituelen. Het is een wijs en prachtig vormgegeven boek...