1999

Logo

Hier vindt u de jaargangen met daaronder de links naar de afzonderlijke nummers uit de jaargang
Klik op de link van het gewenste nummer en u krijgt een overzicht van dat nummer


 

Handelingen2014 2 omslagEditieredactie: Hans Schilderman & Nienke Fortuin

 

INLEIDING | Hans Schilderman & Nienke Fortuin
De dood leeft

Zeggen dat de dood leeft doet menig theoloog de wenkbrauwen fronsen; er is immers in geloofstaal veel over te zeggen. Dat de dood leeft betekent echter ook dat de dood onderwerp is van intensieve interdisciplinaire studie. Wat gaat er in mensen om als ze met de dood worden geconfronteerd, en hoe is daar vanuit pastorale en geestelijke verzorgingsoptiek hulp bij te bieden?


ONDERZOEK | Nienke Fortuin & Hans Schilderman

Dynamisch doodsbewustzijn
Veranderende culturele, morele en religieuze opvattingen van de dood

De steun aan stervenden vertegenwoordigt een belangrijke prioriteit van geestelijke verzorging en pastoraat. Kennis van en inzicht in verschuivingen in opvattingen over de omgang met de dood helpen pastores, geestelijk verzorgers en vrijwilligers om de terminale zorg af te stemmen op de beleving en verwachtingen van mensen die hun levenseinde zien naderen.


CULTUURSCHETS | Peter Nissen
Stamelen aan de grens
Bidden op en rond het sterfbed

De worsteling van mensen met de vraag naar de zingeving van hun bestaan komt op wellicht geen ander moment zo pregnant naar voren als juist in het uur waarin de mens oog in oog staat met de eindigheid en de contingentie van zijn bestaan: het uur van de dood. Aan wat door mensen in dat ultieme uur gedaan en gezegd wordt, is door de nabestaanden dan ook steeds een grote betekenis gehecht. Voor christenen is het steeds belangrijk geweest met welke woorden een stervende zich in zijn laatste uur tot de Heer van leven en dood richtte.


BESCHOUWING | Jacqueline van Meurs
De zorg om het verhaal
Spreken over de dood in het algemene ziekenhuis

Ik weet niet wat de dood is, wat het voor mij betekent, behalve dat ik er heel bang voor ben’, zo liet een jonge vrouw de arts weten bij opname op de afdeling medische oncologie van het Radboud universitair medisch centrum. In overleg met de arts besloot ze om hierover in gesprek te gaan met een geestelijk verzorger. De vraag is of (zieke) mensen nog wel over een taal beschikken om zich te uiten binnen de spirituele dimensie van hun mens zijn.


VERKENNING | Claudia Venhorst
Een goede dood
Een moslimperspectief op sterven in Nederland

Moslims in Nederland vormen de grootste religieuze minderheid, maar er is nauwelijks inzicht in hun rituele praktijken rond de dood. Dit artikel is een verkenning van de manier waarop moslims in Nederland de naderende dood ritueel vormgeven.


BESCHOUWING | Annemarieke van der Woude
De dood pakken?
Opvattingen over het levenseinde

Is er een verschuiving waarneembaar in ons spreken over de dood? En duidt die eventuele verandering op gewijzigde opvattingen over het levenseinde?


IN BEELD | René Rosmolen
Gekanteld


INTERVIEW | Nico Krijn
‘Niemand hoeft een slechte dood te sterven’

We denken weinig na over de dood. Dat is een omissie die de nodige aandacht verdient en daar werk ik ook hard aan.’ Kris Vissers, hoogleraar Pijn en palliatieve geneeskunde van het Radboud universitair medisch centrum in Nijmegen, is pleitbezorger van een multidisciplinaire aanpak van de palliatieve zorg, liefst al vóór de terminale fase.


BESLUIT | Hans Schilderman & Nienke Fortuin
De dood interpreteren

Terugblikkend op de bijdragen in deze editie van Handelingen, staat een drietal thema’s rond de dood centraal: de betekenis, expressie en beoordeling ervan. Het zijn drie thema’s die samenhangen met een vraag die zowel existentieel als ook reflectief van aard is. Hoe hebben we de dood te interpreteren?


TRENDBERICHT | Herman Noordegraaf
Diaconaat 2010-2013

Dit trendbericht geeft een selectie van publicaties op het terrein van het diaconaat in de jaren 2010-2013. Een uitgebreide versie is als Literatuurbericht diaconaat 2010-2013 te lezen. In Handelingen 2010/2 verscheen het vorige diaconale trendbericht.

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Handelingen2014 1 omslagEditieredactie: Ciska Stark & Martin Walton

 

INLEIDING | Ciska Stark & Martin Walton
Alleen samen?
Paradoxen van gemeenschapsvorming bij vieringen in een instelling

Soms heet het een viering of een kerkdienst. Soms een bezinningsmoment. Het vindt plaats in de kapel van het ziekenhuis, in een voor de gelegenheid omgebouwde fitnessruimte in de gevangenis of in een legertent op het platteland van Afghanistan. Vieringen in de marge van het ‘gewone’ leven, op plaatsen waar het samenleven gekleurd wordt door de specifieke situatie die mensen voor korte of langere tijd, vrijwillig of onvrijwillig samenbrengt.


VERKENNING | Thomas Quartier
Liturgische spiritualiteit als bron voor gemeenschap

In een ziekenhuis, een verpleeghuis, maar ook een intramurale instelling in de jeugdzorg of een gevangenis, leven mensen onder één dak. Onontkoombaar, al is het vaak maar voor een beperkte tijd. Je kunt het als bedreiging zien, als onaangename bijkomstigheid, maar ook als kans.


PRAKTIJK | Taco Bos
‘No man is an island’

De ernst van iemands psychische aandoening moet groot zijn, wil de arts tegenwoordig besluiten tot opname. GGZ-instellingen krimpen. Meer dan ooit is een opname tijdelijk. Is gemeenschapsvorming in deze setting mogelijk en wenselijk? Ligt hier een taak voor geestelijk verzorgers?


INTERVIEW | Ciska Stark
Een hele grote dosis argwaan

Harry Brandsma is theoloog en theatermaker. Dat komt van pas in zijn werk als geestelijk verzorger in de gevangenis en als medewerker bij Exodus Nederland. Daar begeleidt hij ex-gedetineerden bij hun terugkeer in de maatschappij.


PRAKTIJK | Annemieke Dekker
Met overgave meevieren

Hoe wordt er gevierd met mensen met een meervoudige beperking in de zorginstelling Bartiméus? Wat maakt hen tot een gemeenschap en wat is de plaats van het pastoraat en de vieringen in deze gemeenschap?


PRAKTIJK | Norbert de Kooter
Een moment van bezinning

Sinds 1964 werken er humanistisch geestelijk verzorgers bij Defensie. Op dit moment is de humanistische dienst, naast de protestantse en de rooms-katholieke, uitgegroeid tot één van de drie grote diensten. De geestelijk verzorgers werken op verschillende locaties en bij diverse eenheden in Nederland en daarbuiten, ook tijdens uitzendingen. Het is vooral tijdens deze uitzendingen en tijdens oefeningen dat geestelijk verzorgers bezinningsmomenten organiseren.


PRAKTIJK | Jolien Bos-de Lange
‘Varen, varen over de baren …’

‘Stommerd! Ik vind het niet leuk dat jij dat steeds doet hoor. Ga weg jij!’, klinkt het hard door de kerk. Terwijl ik iedereen welkom heet, moet er nog iets uitgevochten worden. Wanneer de gemoederen zijn bedaard, kunnen we verder. Om vervolgens nogmaals onderbroken te worden: ‘Mijn zus krijgt een baby!’, klinkt het enthousiast vanaf de eerste rij.
Zomaar een voorbeeld van een onrustig en oprecht begin van een viering binnen een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Het laat belangrijke kenmerken zien van deze gemeenschap.


PRAKTIJK | Anne Gietema & Wouter Huizing
Vieringen in de ouderenzorg

Wat ouderen in de zorginstelling samenbrengt, is hun zorgafhankelijkheid. Ze hebben elkaar niet uitgezocht. Hoe dan werken aan verbinding en gemeenschappelijkheid? Kunnen zij wel een geloofsgemeenschap vormen?


PRAKTIJK | Luc Tanja
‘Dit verhaal gebeurt nog iedere dag’

Bijbelverhalen heel gewoon direct in het eigen leven plaatsen, is de kenmerkende manier van lezen binnen zowel het Drugspastoraat als het Straatpastoraat in Amsterdam.

Twee voorbeelden van bijbellezen komen in dit artikel aan bod. Ik doe verslag van een viering binnen het drugspastoraat en een ervaring met bijbellezen in het straatpastoraat. Vervolgens ga ik in op het soort gemeenschap dat in deze groepen ontstaat. Daarna zal ik nagaan in hoeverre de gangbare hermeneutische modellen inzicht geven in de leesstrategie van de deelnemers van drugs- en straatpastoraat. Ten slotte probeer ik aan te geven wat deze manier van bijbellezen van de pastor vraagt.


SLOTREFLECTIE | Ciska Stark & Martin Walton
Waarom de kring niet rond wordt
Gemeenschapsvorming in vieringen in bijzondere settingen


Deelgenoten-lotgenoten-bondgenoten
Vieringen in bijzondere settingen hebben twee brandpunten. Het eerste betreft het delen van een levensbeschouwelijke interesse. Dat kan de vorm nemen van gedeeld geloof en godsdienstigheid. Het kan ook de vorm nemen van een algemener betrokkenheid bij bezinning op levensvragen. Mensen komen ook naar vieringen omdat de sfeer anders is, of omdat daar dingen van het leven op een andere manier ter sprake komen. Wie geen toegang heeft tot een religieuze bijeenkomst van eigen kleur, sluit zich aan bij wat voorhanden is. Mensen komen om iets te delen en om in iets te delen. Wij noemen dat deelgenootschap.
Een tweede brandpunt is de aanleiding waarom mensen zich op dat moment op die plek bevinden. In een ziekenhuis of instelling voor ouderenzorg is dat een gevolg van opname. In de gevangenis is veroordeling de aanleiding, bij defensie stationering of uitzending. Voor een dakloze ligt het in de levensomstandigheden. De weg ernaartoe kan voor ieder verschillend zijn, maar op een of andere manier delen de aanwezigen om wie de viering wordt georganiseerd in dezelfde aanleiding, hetzelfde lot. Zij zijn lotgenoten.
Vaak wordt de intentie van een viering in beeld gebracht door het figuur van een kring. De mensen vormen een kring rondom een tafel of een kaars, of overdrachtelijk rondom een thema. Dat er sprake is van een tweede brandpunt, maakt dat de kring niet zomaar een mooie cirkel is, maar naar de vorm van een ellips neigt. In specifieke contexten speelt de specificiteit van de situatie ook inhoudelijk een rol.
Tegelijk is er een derde aspect. Want waar gevierd wordt, vormt zich een gemeenschap. Er kan een ‘bondgenootschap’ ontstaan dat niet alleen afleidbaar is uit het ‘deelgenootschap’ en het ‘lotgenootschap’. Over de condities waarin die gemeenschap (het bondgenootschap) zich vormt en de benodigde competenties van de geestelijk verzorger of andere voorganger gaat deze afsluitende reflectie. Kan zich een kring vormen? Of zijn andere beelden nodig?


TRENDBERICHT | HENK DE ROEST
Praktische theologie 2007-2012

Vanaf de geboorte van de discipline hebben vragen naar de thema’s die door praktisch theologen onderzocht zouden moeten worden en vragen naar de methoden om kennis te verkrijgen het onderzoek voortdurend begeleid. Kritische vragen zijn ook gesteld ten aanzien van de theorieën die de praktische theologie gebruikt om de verzamelde data beter te kunnen begrijpen. Daarnaast zijn regelmatig vragen gesteld over het theologisch karakter van de praktische theologie. Door al deze vragen is de praktische theologie in haar onderlinge discussies vaak met zichzelf bezig geweest. Tegenwoordig zien we echter dat deze vragen vooral in relatie tot concrete empirische onderzoeken opkomen.


IN BEELD | René Rosmolen
De schoonheid van onthaasting

 

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Editieredactie: Carlo Leget & Wim SmeetsHandelingen2013 4 omslag

 

INLEIDING | Carlo Leget & Wim Smeets
Oordeels- en besluitvorming bij ethische kwesties

‘Nee, met ethiek hebben we hier weinig te maken!’, krijgen studenten wel eens als antwoord wanneer ze vragen of ze op een mogelijke stageplek ook ervaringen kunnen opdoen op het vlak van ethiek. ‘Niemand van ons zit in de ethische commissie. En wij worden er ook niet bij betrokken wanneer abortus of euthanasie speelt.’ Op die – enge – manier wordt vaak over ethiek gedacht door geestelijk verzorgers.

Menig basispastor denkt bij ethiek in eerste instantie aan zaken waarbij de normen van de kerk in het geding zijn. Ethiek dient echter veel breder beschouwd te worden. Het gaat erom oog te hebben voor de ethische omgeving waarin wij leven, aldus Simon Blackburn, waarmee hij bedoelt: ‘het klimaat van ideeën die betrekking hebben op de manier waarop we leven. Die
bepalen wat we acceptabel en niet acceptabel vinden, bewonderenswaardig of verachtelijk. Die bepalen wanneer we vinden dat de zaken goed gaan en wanneer we vinden dat ze scheef gaan. Die bepalen wat wij vinden waar we recht op hebben en waartoe we verplicht zijn in onze relatie tot anderen. Die vormen onze emotionele reacties, die bepalen waar we trots op zijn of waar we ons voor schamen, waar we kwaad om worden of dankbaar voor zijn, wat we kunnen vergeven en wat niet. Daaraan ontlenen we onze normen, de normen voor ons gedrag’

Een van de oogmerken van dit themanummer van Handelingen is de reikwijdte van de ethiek voor het werk van pastores en geestelijk verzorgers te verhelderen vanuit de praktijk, anders gezegd het morele bewustzijn van geestelijk verzorgers en pastores te stimuleren. Op die manier hopen we duidelijk te maken in welke situaties hun ethische competentie in het geding is en dus bewust ingezet kan worden om bepaalde kwesties aan te gaan.
Daarbij richten we ons in eerste instantie op de wijze waarop pastores en geestelijk verzorgers oordelen over de betreffende kwestie en van daaruit tot een besluit komen met het oog op hun professioneel handelen. Reflecteren op de eigen ervaringen kan helpen om tot meer gefundeerd handelen te komen.

Modellen en methoden
In de ethiek zijn er recent tal van modellen en methoden ontwikkeld, die dienstig kunnen zijn bij de reflectie op de eigen beroepspraktijk. Soms gaat het om theoretische benaderingswijzen, waarvan tevens implicaties voor de praktijk zijn uitgewerkt. Soms gaat het om concrete handelingsmethoden, waarvan echter tevens de theoretische basis is geëxpliciteerd. Deze modellen en methoden bieden wijzen van denken en handelen die aangeleerd kunnen worden om de ethische competentie te vergroten. Uiteindelijk zullen pastoranten en cliënten erbij gebaat zijn wanneer pastores en geestelijk verzorgers meer gebruik zouden maken van deze ontwikkelde modellen en methoden, zo is onze overtuiging.

Vijf stappen
Om dat inzichtelijk te maken in dit themanummer zijn auteurs en representanten van een aantal modellen en methoden uitgenodigd om hun perspectief toe te passen op aangeboden praktijkmateriaal. Aan de meewerkende auteurs is gevraagd in hun bijdrage de volgende stappen
te zetten:
• Een eerste reactie op de casus.
Waarom is deze casus moreel relevant?
• Het ethische oordeel van de pastor of geestelijk verzorger.
Wat valt op in de manier waarop de schrijver van de casus spreekt over de kwestie die aan de orde is? Welke gevoelens, ethische beginselen en morele normen lijken voor de schrijver leidend te zijn?
• De besluitvorming en eventueel daaruit voortvloeiend handelen.
Hoe kan het theoretische perspectief en het handelingsperspectief van de auteur dit proces structureren, verdiepen en verbreden?
• De ethische competentie van de pastor en geestelijk verzorger.
Wat kan vanuit de casus en de reflectie daarop gezegd worden over de (post)
initiële scholing? Een bijzonder aandachtspunt daarbij is de samenwerking met andere professionals en het betrekken van hun ethische kijk op de behandelde kwestie.
• Ethische theorievorming.
Wat zegt de behandelde kwestie over de mogelijkheden en grenzen van de door de auteur gehanteerde ethische benadering?

Opbouw
De opbouw van het themanummer is als volgt. We starten op het microniveau, met casussen en reflecties die de pastoranten of cliënten zelf centraal stellen: hun autonomie en wensen, hun privacy en ook hun inbedding in relaties met hun omgeving.
Deze thema’s vragen niet alleen om ethische communicatie met deze personen en hun omgeving, maar ook om multidisciplinair ethisch overleg. Dat brengt ons
haast vanzelf op het meso- en macroniveau van gezondheids- en welzijnszorg en van het territoriale pastoraat. Ook de beroepsdeontologische perspectieven van pastor, geestelijk verzorger en arts komen aan bod.

Bent u nieuwsgierig naar alle casussen?
Lees dan de negen zeer diverse casusbeschrijvingen

Verder in dit nummer:
- de column van Janneke Nijboer
- een interview met prof.dr. Evert van Leeuwen, hoogleraar medische ethiek
- de slotbeschouwing van Carlo Leget en Wim Smeets
- beeldmeditatie van Viola Schrover

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Editieredactie: Annemie Dillen & Theo van LeeuwenHandelingen2013 3 omslag

 

INLEIDING | Annemie Dillen & Theo Van Leeuwen
Verbeelding aan het woord

Op welke manier krijgen religieuze – of bij uitbreiding ook spirituele – thema’s vorm in films? Kunnen films inleiden in christelijk geloof? En over welk soort films gaat het dan? Op welke manier gebruiken filmmakers de filmtaal om een spirituele boodschap uit te drukken? Is dat bewust, of onbewust of doet dat er niet toe? Deze en andere vragen komen in dit nummer aan bod.
Films leiden tot ‘betekenisproductie’, zowel bij het maken van de film, het bekijken ervan, als het naderhand bespreken. Door de verschillende bijdragen heen klinkt ook de visie dat het kijken naar films spiritualiteit kan stimuleren, door de dialoog die men als kijker aangaat met de wereld van de film, en door het gesprek dat erover gevoerd kan worden nadien. De wereld van de film biedt een veilige omgeving voor het ingaan op diepe vragen. Kijkers kunnen zich identificeren met een personage, maar tegelijk ook een zekere afstand houden. Films confronteren de kijker met een andere wereld, reiken hem of haar symbolen aan en zetten aan tot reflectie over het eigen leven, en in het bijzonder ook zinvragen daarbij. Ze dagen uit tot een ‘hermeneutische houding’, het zoeken naar mogelijke interpretaties, en tot dialoog met de eigen levenssituatie, op meer dan één manier.

In een eerste bijdrage schetst Sylvain De Bleeckere aan de hand het werk van de hedendaagse cineast Terence Malick een bioscopische spiritualiteit. De Bleeckere start bij Plato, voor wie het schimmenspel in de grot, bioscoopbeelden, een misleidende afspiegeling zijn van de fysieke werkelijkheid. Het zien met ‘twee ogen’ leidt de mens af van het zien met het ‘derde oog’, het contemplatieve, de weg van het denken. Tot wat voor spiritualiteit dat heeft geleid zet De Bleeckere uiteen. Haaks daarop staat het werk van Malick, bij wie de bioscoopruimte een spirituele levensruimte wordt waar de mens in de lens van het leven kijkt. Juist de spiritualiteit van de geopende ogen biedt, in relatie tot de getoonde beelden, zingevende oriëntatie op het leven. De films The Tree of Life en The New World worden beschreven als vormen van gebed. Ze dragen het motief van het paradijs in zich mee.
Martien Brinkman maakt vervolgens duidelijk dat het maken van een film en het kijken naar een film altijd interpretatieprocessen veronderstelt. Het goddelijke is nooit direct waar te nemen, maar mensen kunnen wel verwijzingen ernaar vinden: filmscenario’s lenen zich daar goed toe. Brinkman bespreekt het fenomeen van verwijzingen naar Christus in films, die vaak toch nog herkend worden door hedendaagse kijkers. Hij spreekt daarbij over ‘immanente transcendentie’.
Ook Wiel Smeets laat vanuit een mystagogisch denkkader zien hoe films mensen kunnen aanzetten tot spiritualiteitsbeleving en gesprekken over dieperliggende religieuze thema’s kunnen losmaken. Hij gebruikt hierbij de film My Sassy Girl en laat zien hoe de verschillende lagen van liefde in deze film worden uitgewerkt en hoe de thematiek van lot en bestemming het centrale gegeven is waarmee de hoofdrolspelers zich verhouden.
Eline De Bruyne laat aan de hand van een gedetailleerde bespreking van de film Life of Pi zien hoe het kijken naar een film heel wat kan losweken bij een kijker. Ze geeft concrete suggesties om dieper in te gaan op deze film en de levensbeschouwelijke vragen te laten klinken.
Geertje De Vries beschrijft het filmgesprek in plaatselijke gemeenschappen, in het bijzonder aan de hand van de film The Way. Ze geeft concrete stappen om met een groep aan de slag te gaan, en laat ook de waarde van het filmgesprek zien.
Nikolaas Sintobin heeft als jezuïet en internetpastor in Vlaanderen en Nederland ervaring met het werken met bidden met YouTube, en laat zien hoe het bekijken van korte filmpjes ook een belangrijke aanzet kan zijn in het werken rond spiritualiteitsbeleving.
Wim Reedijk ten slotte bespreekt als enige een expliciet religieuze film, Des hommes et des Dieux, die hij als aanzet neemt voor een theologische en persoonlijke reflectie rond kernvragen uit deze film.

BESCHOUWING | Sylvain De Bleeckere
De reflectie en de lichtwand
Van Plato tot Malick

Plato en Malick hebben de filosofie gemeen met elkaar. Allebei bewegen ze zich in de filosofie, echter niet begrepen als de discipline die intellectuele pirouettes uitvoert om in vele gevallen iets te zeggen wat het gezonde verstand al langer wist. Beiden beoefenen de filosofie om te reflecteren over wat er zich afspeelt rond en in de mens. Filosoferen is voor beiden in de eerste plaats een modus van schouwen, een spirituele oefening om zichzelf als mens te leren kennen en om hun tijdelijk verblijf op aarde naar waarde te kunnen schatten.
Maar hiermee houdt de gemeenschappelijkheid ook op.


BESCHOUWING | Martien Brinkman
De verborgen Christus in de film

In filmische Christusfiguren gaat het om concreet voorgestelde maar op zich fictieve menselijke gestalten die een zelfstandig filmkarakter vormen dat naar de actuele Jezusfiguur verwijst. Vanuit het dagelijkse bestaan verwijzen ze echter ook boven dat bestaan uit. Hoe de Christusfiguur in films en nieuwe media steeds nieuwe betekenissen krijgt, en ook vanuit zijn eigen historische en actuele zeggingskracht nieuwe interpretaties weer beïnvloedt.


COLUMN | Janneke Nijboer
The Help


INTERPRETATIE | Wiel Smeets
Bestemd voor de ware liefde

Interpretatie van een romantische jongerenfilm met het oog op mystagogie: My Sassy Girl. Spirituele dynamiek en spirituele duiding plus een didactische suggestie voor een groepsbespreking.


HANDREIKING | Eline De Bruyne
Life of Pi: Oscarwinnaar met spiritueel potentieel

Life of Pi is niet alleen een knap staaltje cinematografie, het is bovenal een film die het potentieel bevat om mensen te verwonderen, die vragen doet stellen en die oproept tot gesprek, met name over levensbeschouwelijke thema’s.


PRAKTIJK | Geertje de Vries
Net als in de film
Kerkelijk filmgesprek bij The Way

Een vrijdagavond in een huiskamer in Barneveld. Zo'n tien personen, dertigers en veertigers, verzamelen zich voor een huiskamervoorstelling van de film The Way. Een film van regisseur en acteur Emilio Estevez, over een vader die de camino naar Santiago de Compostela loopt als eerbetoon aan zijn overleden zoon.

Na afloop, rondom de eettafel met een glas wijn, komen de reacties. Kijkervaringen worden uitgewisseld. Welke scène blijft je bij? Welk personage doet je wat? Hoe heb je gekeken? Verschillen worden zichtbaar en leiden tot nieuwe vragen. Waarom nu juist die scène, dat personage? De kijkervaring blijkt heel persoonlijk te zijn, en bij behoedzaam doorvragen komen de persoonlijke verhalen op tafel. Aan het einde van de avond gaat ieder haars en zijns weegs. Over een paar weken zien we elkaar weer, rond een nieuwe film.
Zo simpel kan het zijn. Samen een film kijken, een glas drinken en iets van je leven delen. Geloofscommunicatie lijkt haast een te groot woord voor zo iets alledaags. Toch is dat wat er hier gebeurt.


ERVARING | Nikolaas Sintobin
Nieuw én traditioneel: bidden met film

Kun je bidden met een langspeelfilm of met een documentaire? Kun je bidden met een reclameboodschap op YouTube? Op de eerste vraag zullen velen, zij het met enige aarzeling, geneigd zijn een positief antwoord te geven. De tweede vraag daarentegen kan vlot op scepsis worden onthaald. Nochtans wijst de praktijk uit dat zowel het een als het ander perfect mogelijk is. Meer nog, dat, mits een aangepaste werkwijze, beide bemiddelingen een uitstekende opstap kunnen zijn naar authentiek christelijk gebed.

 

IN BEELD | René Rosmolen
De uitzending


REFLECTIE | Wim Reedijk
Apostolaat van de verborgenheid
Wat Des hommes et des dieux ons te zeggen heeft

Als een kerk of geloofsgemeenschap geen mensen kan werven, is er dan iets mis? Moet je dan de noodklok luiden? Sommige kerken en geloofsgemeenschappen, zoals de trappisten in Noord-Afrika, weten wat niet-groeien betekent. Toch zullen zij geen noodklok luiden. Zij tonen dat het geheim van de kerk en het leven in Christus niet in groeien zit. Dit ‘apostolaat van de verborgenheid’, kerk in de wereld, komt aan het licht in een bijzondere speelfilm. Wat dit apostolaat mij als pastor en de kerken in Nederland leert.


ONDERZOEK | Laurien Schrijver, Jessie Dezutter, Annemie Dillen & Wim Smeets
Zinbeleving in het ziekenhuis
Een pilotstudie in Nederland en Vlaanderen

Een onderzoek naar de zinbeleving van patiënten, in het kader van de vraag: hoe kunnen zorgverleners in het ziekenhuis ‘zingevingsvragen’ op het spoor komen en erop inspelen?


TRENDBERICHT | Carlo Leget
‘Spiritual care’ in de zorg

Opvallend is dat op het nog jonge onderzoeksgebied van de ‘spiritual care’ de stem van de kerken vrijwel ontbreekt. Dit trendbericht wil informeren over de ontwikkelingen op dit gebied, met de bedoeling dat ook vanuit de kerken aan het gesprek en de nieuwe ontwikkelingen deel genomen kan worden.

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Editieredactie: Herman Noordegraaf, Sake Stoppels & Herman ven WellHandelingen2013 2 omslag

 

INLEIDING | Herman Noordegraaf, Sake Stoppels & Herman van Well
Diaconaat en gemeenteopbouw

Werken van barmhartigheid, in welke vorm dan ook, zijn onlosmakelijk met de christelijke kerken verbonden. Dit themanummer van Handelingen onderzoekt de plaats die diaconaat vandaag de dag heeft in praktijken, en vooral ook in theorieën van gemeenteopbouw binnen drie verschillende kerkelijke tradities.


PRAKTIJK | Henk Meeuws
Aartsbisdom Utrecht
Diaconie in het pastorale beleid

In alle bisdommen van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland is sinds ongeveer tien jaar een diepingrijpend reorganisatieproces gaande in reactie op de drastische krimp van het aantal kerkgangers, de besteedbare financiën en de beschikbare pastorale beroepskrachten. Door samenvoeging van parochies en herschikking van pastoraal personeel hoopt men niet alleen de tering naar de nering te kunnen zetten, maar beoogt men tevens ruimte te geven aan impulsen voor de (re)vitalisering van het kerkelijk leven. In het pastorale beleid van het aartsbisdom Utrecht is gepoogd diaconie structureel te verankeren in een toekomstgerichte ‘verbouwing’ van de kerk.


BESCHOUWING | Jan Maasen
Katholieke kerkopbouw en diaconie

De herstructurering van de pastorale organisatie in het aartsbisdom Utrecht staat niet op zich. Overal in West-Europa vinden sinds de tweede helft van de jaren negentig aanpassingen plaats vanwege een terugloop van het aantal priesters, gelovigen en financiën. De gekozen oplossingen verschillen, het tempo waarin de veranderingen worden doorgevoerd ook, maar de tendens gaat overal in de richting van schaalvergroting (van werkgebied van pastores en/of bestuurlijke eenheid). Het model van de territoriale parochie blijft daarbij in alle veranderingen wel overeind.


PRAKTIJK | Herman van Well
Tarwewijk Rotterdam
International Christian Fellowship en House of Hope

Een vergrijsde kerk maakt een nieuw begin op een nieuwe wijze: wijkgericht en multi-etnisch. Dat gebeurt in de Rotterdamse Tarwewijk, vroeger een volkswijk, sinds de tweede helft van de vorige eeuw een achterstandswijk. Twee organisaties zijn er in verband met diaconaat en gemeenteopbouw van belang. De eerste is de International Christian Fellowship (ICF), een jonge multiculturele, multi-etnische gemeente. De tweede is haar ‘dochter’, specifiek gericht op diaconaat in de wijk, House of Hope (HoH).


BESCHOUWING | Sake Stoppels & Herman van Well
Diaconaat binnen protestantse gemeenteopbouw

Al is de International Christian Fellowship (ICF) niet direct een representatieve casus binnen het protestantisme, de gemeenschap vormt in meer dan één opzicht zeker een goede illustratie van ontwikkelingen op het terrein van diaconaat en gemeenteopbouw binnen protestants Nederland.


IN BEELD | René Rosmolen
Onzichtbaren worden zichtbaar

 

PRAKTIJK | René Erwich
Baptisten en diaconale presentie
Gemankeerde identiteit of nieuwe leerweg?

In dit praktijkbericht ga ik kort in op de functie en betekenis van diaconaal handelen in baptistengemeenten in Nederland. Via de lijn van eigen ervaringen als predikant en rector van de kerkelijke opleiding neem ik de lezer mee naar een korte survey onder baptistenpredikanten. Ik besluit dit praktijkbericht met een bemoedigend voorbeeld van een poging tot de ontwikkeling van diaconaal beleid in een niet geünieerde baptistengemeente in het noorden van Nederland.


BESCHOUWING | René Erwich
De spontaneïteit voorbij?
Diaconale presentie en gemeenteopbouw bij evangelicalen

In deze bijdrage concentreer ik mij op de relatie tussen diaconale presentie en gemeenteopbouw vanuit evangelicaal perspectief. In een korte theoretische beschouwing ga ik in op het diaconale gehalte van gemeenteopbouwmodellen die verwant zijn aan de evangelicale stroming.


COLUMN | Janneke Nijboer


SLOTBESCHOUWING | Herman Noordegraaf, Sake Stoppels& Herman van Well
Gemengde gevoelens

In deze slotbeschouwing maken we een balans op en gaan we nog kort nader in op enige kwesties die aan de orde zijn in discussies over gemeenteopbouw en diaconaat. Allereerst hernemen wij de vragen die we in de inleiding stelden.


TRENDBERICHT | Martin Hoondert
Liturgische en rituele studies 2007-2012

Voortbouwend op het werk van Paul Post geeft Martin Hoondert enkele trends in het onderzoek naar liturgie en rituelen weer. Uitgebreider is hierover te lezen in het literatuuroverzicht op deze website.

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Subcategorieën