1999

Logo

Hier vindt u de jaargangen met daaronder de links naar de afzonderlijke nummers uit de jaargang
Klik op de link van het gewenste nummer en u krijgt een overzicht van dat nummer


 

Editieredactie: Ciska Stark & Sake Stoppels

 

Ciska Stark, Hoort ieder in de eigen taal? Preekanalyse vanuit verschillende perspectieven

In preekonderzoek tekenen verschillende trends zich af. Een belangrijke vraag die lang onderbelicht is gebleven is die naar het verband tussen de theologische visie op de prediking en de vragen en uitkomsten bij de preekanalyse. Leveren verschillende benaderingen ook een verschillende waardering van prediking op en zo ja, waaruit blijkt dat dan? Dit artikel gaat in op de verschillende benaderingen, verkondigen, overtuigen, evoceren, als inleiding op een concrete preeksituatie die in beeld gebracht wordt in dit nummer en vanuit een aantal invalshoeken belicht.

 

Bram Grandia, 'De godservaring van Job'

Om een preek in perspectief te kunnen zien, te analyseren en te beschouwen vanaf zowel het protestantse als het rooms-katholieke erf is een 'voorbeeldpreek' genomen. Een preek over Job, afkomstig van de openbare IKON-website, en uitgezonden via de publieke omroep. IKON-pastor Bram Grandia heeft hiervoor zijn preek ter beschikking willen stellen. De keuze voor zijn preek is ingegeven door het feit dat een radiopreek per definitie op een breed publiek mikt, door 'iedereen' gehoord kan worden en zo ook door iedereen geanalyseerd mag worden.

 

Wim Dekker, Dichtbij het woord, dichtbij de hoorder, dichtbij de prediker zelf

Vanuit een nadrukkelijk relationele hermeneutiek wordt bezien hoe drie bewegingen, cirkelend om het Woord, de hoorder en de prediker zelf, gecommuniceerd worden in de voorbeeldpreek over Job. Met een checklist op details en de genoemde drieslag komt de auteur tot de conclusie dat de radiopreek vooral dichtbij de prediker zelf zit en dat er meer te verkondigen valt dan nu gebeurd is.

 

Kees Bregman, Op de woorden letten. Preekanalyse in het perspectief van talige vormgeving

Prediking is dienst aan het Woord met woorden. Voor de preekanalyse betekent de talige invalshoek: letten op de woorden. Welke taalregisters worden opengetrokken? Aan welke wereld(en) raakt het taalgebruik in de preek? Waar valt het stil omdat het raakt aan een onuitsprekelijk midden? Wat wordt aangeduid én verzwegen? Op welk moment houdt de preek de adem in?
'Ik denk dat een preek over Job dat ook nodig heeft: een moment dat voorganger en gemeente de hand op de mond leggen en zwijgen.'

 

Marco Visser, Letterknecht 

'Dat moment, waarop de hoorder zich hier en nu door de tekst aangesproken weet, of dat hij de tekst binnengaat als een wereld, dat is niet te organiseren. Ik kan mijzelf dit niet als doel stellen bij de arbeid, ik kan er hooguit rekening mee houden dat het kan gebeuren. En in de tussentijd doe ik mijn best te doen wat wel kan: mij aan de tekst houden en zo het Woord verkondigen. Daar heb ik mijn handen dan al vol aan.'

 

Jozef Wissink, Job aan zijn eind. Enkele notities bij een preek over Job

Het is toch wel een hele protestantse preek, die pastor Grandia gehouden heeft. Ik kan me nauwelijks een katholieke kerk voorstellen, waar de preek zo gehouden zou zijn, ook niet in een woord- en gebedsdienst op de middag. Dan is het al de moeite waard om erover na te denken waar dat aan ligt.

 

Evert Jonker, Job beluisteren. Constructies van wat hoorders mogelijk doen

'Ik "gebruik" de radiopreek om meer te weten te komen over de rol van de hoorder. Zo komt de preek terecht in een door Grandia niet beoogde context. Mijn analyse van hoorders bespreekt de vraag hoe de preek hen (of lezers) inschat en wat zij worden geacht te doen om de wereld van de tekst te betreden, eigen te maken en in te voegen in hun levenssituatie. Ik had enkele hoorders kunnen interviewen, maar doe wat anders. Vanuit de drie in dit themanummer onderscheiden stromingen van preken construeer ik mogelijke activiteiten van hoorders.'

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Editieredactie: Wim Smeets

 

Kees de Groot, Een gastvrije parochie is niet een gezellige parochie

Dat aan het licht komt dat geestelijken kinderen en jongeren seksueel misbruikten, raakt het image van alle kerken en de aantrekkingskracht van geloven vandaag voor zoekers naar zin, betekenis, dienstverlening en gezamenlijkheid. Kerkmensen belijden ‘Ik geloof de kerk’. De kerk zoals die zich empirisch voordoet, maakt dat het des te meer aankomt op vertrouwen en hoop op een kerkelijke gemeenschap die een bezielde en gastvrije ecologie zou moeten zijn van aandacht en zorg. Dit artikel, geschreven vóór alle commotie van de laatste tijd, richt zich niet expliciet op de huidige toestand. Het keert zich wel tegen naar binnen gekeerd gedrag en tegen uitsluiting. Het nodigt uit om de gastvrijheid van de parochie of gemeente als beweging, gemeenschap en organisatie hoopvol en bescheiden gezicht te geven.   

 

Gerrit Jan van der Kolm & Annemarie Noort, Samenwerking tussen GGZ en lokale geloofsgemeenschappen. De ontwikkeling van een signaleringsinstrument

‘Ja, maar ik ben toch geen psychotherapeut. Ik ben pastor en probeer mensen geestelijk te begeleiden en hen bij te staan hun situatie te leren verstaan in het licht en de lijn van het evangelie van troost, mededogen en vernieuwing’. ‘Tja, mooi, maar weet je genoeg van hun situatie? Als je iets van dat evangelie dichterbij een situatie wilt brengen, dan zul je toch iets moeten weten van de persoonlijkheid van mensen en van de situatie waarin ze verkeren. Wat weet jij van bijvoorbeeld van depressiviteit? Trouwens, misschien heb je ook wel een functie om psychische problemen te signaleren. We organiseren als dienst geestelijke verzorging zelfs cursussen voor jullie’. 

 

Heye Heyen , Wat op de preekstoel over seks gezegd wordt 

Dat de relatie van talloze pastores ten opzichte van seksualiteit aandacht verdient, behoeft vandaag de dag geen betoog. Dat de theologische waardering van seksualiteit en van de verhouding tussen geest en lichaam, en ook de persoonlijke omgang met seksualiteit niet zelden een impliciete rol spelen in uitspraken van pastores, blijkt uit een onderzoek naar, onderkoeld gezegd, de ‘woordverbinding met seks’ in preken. Het leert je op je woorden passen en maakt je alert voor valse tegenstellingen.

 

Auli van ’t Spijker-Niemi, Help! Ben ik verliefd? Seksualiteit in de pastorale communicatie 

In pastorale gesprekken zit een opmerkelijk spanning. Aan de ene kant is het de bedoeling dat je als pastor nabij komt en op een intiem niveau in gesprek bent met een ander, die zich hopelijk op een diep niveau begrepen voelt. Gevoelens van genegenheid, gelaatsuitdrukkingen, een blik in de ogen, het uiterlijk van de ander, erotiek,… ze spreken altijd bij beide gesprekspartners mee. Aan de andere kant is een pastor professioneel, raadpleegt haar of zijn geweten en bewaart distantie, maar ook weer niet zoveel dat er geen warmte en duurzaam contact meer mogelijk is. Hoe hartelijk en oprecht te blijven in het spanningsveld van nabijheid en distantie?  

 

Frans Savelkoul, Zingeving bij geriatrische patiënten. Stimulatie van religieuze verbeelding via ritualisatie 

Wat krijgen demente mensen nou mee van pastorale aandacht? Gesprekken worden gevoerd, rituelen aangeboden… Het blijft een mysterie wat er zich precies in het bewustzijn van demente mensen afspeelt. Dat mensen altijd – in welke toestand zij zich ook bevinden – van waarde blijven, is een belangrijk pastoraaltheologisch uitgangspunt. Tegelijkertijd mogen we niet de uitdaging naast ons neerleggen om te onderzoeken wat aangeboden prikkels bij dementerenden teweegbrengen.

 

Herman Noordegraaf, Diaconaat. Een trendbericht: 2006-2009 

Dit artikel bevat een geclusterde en geselecteerde aanduiding van publicaties op het terrein van het diaconaat. Onder diaconaat is – heel kort geformuleerd – te verstaan: de inzet van kerken en daarmee verbonden groepen en organisaties ter bestrijding van materiële en sociale noden. Hier wordt het protestantse woord, het diaconaat, aangehouden (rooms-katholiek: de diaconie). De periode die aan de orde komt, is die vanaf 2006 (omdat het vorige literatuurbericht liep tot en met 2005 (zie PT 33, nr. 4) tot in de eerste helft van 2009 (met enige uitlopers). Het gaat daarbij om hoofdlijnen. Een uitgebreid literatuurbericht is op de website te vinden.

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Editieredactie: Henk de Roest & Annemie Dillen

 

Henk de Roest, Om de waardigheid van de beelddragers Gods. De theologische identiteit van het drugs- en straatpastoraat

Dit inleidende artikel situeert de context van dit themanummer over straat- en drugspastoraat: wat ging eraan vooraf? Daarnaast krijgt de lezer een goed beeld van de mensen met wie deze pastores werken en welke specifieke problemen verslaafden, dak- en thuislozen kennen. Ten slotte worden de verschillende werkplekken in Nederland en Vlaanderen genoemd en kort omschreven.

 

Nelly Versteeg, 'Laat het licht van uw gelaat over ons schijnen' (ps 67,2). Geloof en hoop in de Amsterdamse drugsscene 

Onderstaand artikel beschrijft de activiteiten en werkomgeving van het Drugspastoraat Amsterdam (DPA): Welke plek heeft zij in de verslavingszorg? Waarin ligt haar eigenheid? Enkele illustraties geven een beeld van hoe de pastores werken. Er wordt ook ingezoomd op de bijbelse inspiratie van de pastor.

 

Bernadette van Dijk, Zegen. Praktische beschrijving van mijn identiteit als straatpastor

Waar hebben ‘de mensen van de straat’ iets aan en wat kan ik als pastor voor hen betekenen? De beantwoording van deze vraag gaat vergezeld van een aantal uitgangspunten: een pastor moet niet iemand willen veranderen, maar juist bijstaan in wat nu kan door de lat niet te hoog te leggen en door bevestiging te geven. Van belang is de wederkerigheid tussen de pastor en ‘haar’ mensen. De pastor moet ook naar zichzelf durven kijken, van de ander willen leren door samen een gemeenschap te vormen. En telkens opnieuw teruggaan en opnieuw beginnen: ‘Ik geef jou niet op!’

 

Klaas Koffeman, Het aangezicht van de eeuwige ligt op straat. Ontmoeting en gemeenschap in het straatpastoraat

Waarin liggen de kracht en de bezieling van de straatpastor? Kunnen we spreken van een ‘theologie van de straat’? In deze bijdrage worden enkele theologische aspecten verder doorgedacht door te kijken naar de pastorale grondhouding die wezenlijk lijkt in het werken als drugs- en straatpastor. Sleutelwoorden zijn diaconaat, presentie en gemeenschap. Zo worden veiligheid en rust gecreëerd en kunnen mensen zich met elkaar en met God verbinden.

 

Hans van Bemmel O.F.M. & Anita van Velzen, Echte ontmoeting. Naar een nieuwe spiritualiteit voor het drugspastoraat

De presentietheorie is van groot belang voor het straat- en drugspastoraat: het gaat er niet om mensen te veranderen, maar mensen nabij te zijn en naar hen te luisteren. Mee-leven door zichzelf als pastor aan te bieden en dit vanuit een bijbels-gelovige inspiratie die vooral de kwetsbare mens naar waarde schat. Het geloof doen, elke keer opnieuw!

 

Wieke de Wolff, Bron in de woestijn. Theologische identiteit van het straatpastoraat Utrecht

In dit artikel wordt ingegaan op de mens als beelddrager Gods. Niet alleen de pastor, die God in woorden en daden aanwezig wil brengen, maar ook de verslaafde, dak- en thuisloze zelf mag zich verstaan als geschapen naar Gods beeld. Welke beelden van God werken bevrijdend en ondersteunend? Wat betekenen joods-christelijke noties, zoals trouw, belofte, hoop, genade? De auteur gaat in op de eigenheid van het werk en de bezieling van de pastor. Ter beschikking staan werken aan wederkerigheid, symbolen, liederen en open staan voor aangename verrassingen. 

 

Jurjen Beumer, Theologie van het drugs- en straatpastoraat. Een praktisch-spirituele reflectie

De eerste van de drie reflecties over de bijdragen van de drugs- en straatpastores heeft het over zogenaamde ‘voorkeuzes’ die onder meer schuilgaan achter onze eigen opvoeding en huidige maatschappelijk positie. Pastores dienen zich daar bewust van te worden, zodat ze de pastorale relatie niet in de weg staan. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de eerder genoemde noties ‘gemeenschap’, ‘spiritualiteit’, ‘meeleven’, ‘humor’ en ‘gebed’.

 

Herman Noordegraaf, Enige waarnemingen vanuit het diaconaat

Wat typeert drugs- en straatpastoraat als bijzondere vorm van diaconaat? In dit artikel gaat het over de theologische grondkeuze van het in relatie treden met mensen en hen bevestigen in hun waardigheid. De auteur ziet voor deze vorm van pastoraat ook taken op vlak van signalering en pleitbezorging. Tot slot wordt vanuit de eigen werkwijze en zeggingskracht dieper ingegaan op de plaats van het straat- en drugspastoraat ten opzichte van de overheid en de kerk als instituut.

 

Henk de Roest, 'Gespitste openheid'. Praktisch-theologische reflectie op de theologische identiteit van het drugs- en straatpastoraat

Deze laatste reflectie delft een theologie op uit de artikelen van de drugs- en straatpastores. Eerst wordt er gereflecteerd over hoe deze pastores God ter sprake brengen en hoe ze met de Schrift omgaan in hun werk. Vervolgens gaat de auteur in op vijf bewegingen die hij onderscheidt: het mens- en godsbeeld van de pastores en hun omgang daarmee, hun intenties, hun receptiviteit en ruimte voor wederkerigheid, hun aandacht voor verbinding en gemeenschapsvorming. Pastores blijken duidelijk te onderscheiden van andere hulpverleners. Ze maken verrassend veelzijdig gebruik van het tegoed van de christelijke traditie. 

 

Harbert Booij, Beeldbeschouwing: Leven op straat

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Editieredactie: Alma Lanser & Harbert Booij

 

Henk de Lange, Literatuur als spiegel en lamp. Het gebruik van literatuur binnen de catechese

Catechese en literatuur lijken op het eerste gezicht geen voor de hand liggende combinatie. Toch bestaan er vermoedelijk op een dieper niveau relaties die een nadere beschouwing waard zijn. Na een exploratie van het begrip 'literatuur' onderzoekt de auteur vanuit zijn beroep als neerlandicus de vraag hoe literatuur een bijdrage kan leveren aan de catechese.

 

Renée van Riessen, Ik noem je net zolang tot je verschijnt. Over poëzie en religieuze communicatie

Vanuit het inzicht dat taal nodig is om in contact te blijven met elkaar en met ons geloof, wordt in dit artikel een sterke analyse gemaakt van dichten en poëzie. Gaandeweg legt de auteur verbanden tussen religieuze communicatie en dichtkunst: het noemen van de afwezi- ge, het veranderen van de werkelijkheid, het scheppen van het (on)mogelijke... Een ware schat aan kijkwijzen en interpretatiemogelijkheden!

 

Alma Lanser, De levensnoodzakelijkheid van vriendschap. Reflectie naar aanleiding van Reinders, H.S. (2008). Receiving the Gift of Friendship. Profound disability, Theological Antropology and Ethics. Grand Rapids: Eerdmans.

 

Hans Reinders (Ethiek, Theologische Faculteit Vrije Universiteit Amsterdam) gaat op zoek naar een theologische antropologie die ook aan ernstig gehandicapte mensen recht doet. Dit artikel geeft op twee manieren inzicht in het boek. Enerzijds belicht en onderstreept het de hoofdlijn van het boek door aan het pleidooi voor een relationele mensvisie (vooral in de gedaante van vriendschap) twee verhalen toe te voegen, één over Alison Lapper en één over een kerkelijke jongerengroep. Anderzijds betoogt de auteur dat het sociaal-constructivisme als denkwijze meer en bruikbaarder materiaal biedt dan Reinders er in ziet.

 

Harbert Booij, Kunst in catechese en kerkelijk vormingswerk. Een riskante onderneming

‘Hoe en onder welke voorwaarden kan kunst functioneren in een catechetisch leerproces?’ Aan die vraag wijdde Geertje de Vries (1969) in 2008 haar heldere en leerzame proefschrift Leren zien – leren geloven. Wat waren haar ontdekkingen en wat valt daar vervolgens over op te merken? Meer dan in deze bespreking mogelijk is. De auteur beperkt zich dus tot hoofd- zaken en tot de vraag: hoe ontsluit het ene beeld het andere?

 

Joël Friso & Ruard Ganzevoort, Zin in het donker. Over het werken met film in vormingswerk

Dit artikel geeft de resultaten van een onderzoek naar levensbeschouwelijke communicatie door middel van film. Nadat, aan de hand van Ricœur, drie benaderingen worden toegelicht, volgt een schets van het onderzoek waarin wordt nagegaan wat er gebeurt tussen film en kij- ker en hoe (religieuze) vormingsprogramma’s daarmee omgaan. Wat beogen ze? Zelfexpressie, getuigenis van geloofservaringen of symbolisering? Drie modellen worden voorgesteld en besproken in hun mogelijkheden en valkuilen.

 

Jan David Warta, Is Taizé voor iedereen? Hoe reageert de communiteit in Taizé op mensen die ‘anders’ zijn?

Vanuit zijn werk met jongeren in het speciaal onderwijs komt de verrassende vraag van Elnathan om eens te mogen meegaan naar Taizé. Met spanning wordt uitgekeken naar deze ervaring: is Taizé een plaats waar jongeren met een verstandelijke handicap ook welkom zijn? Een casus met reflectie die dieper inzicht geeft in de leefwereld van deze jongeren.

 

Alma Lanser, Johannes de Doper Geertgen tot Sint Jans

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Editieredactie: Wim Smeets & Jan Hein Mooren

 

Hans Alma, Geestelijke verzorging als verbeeldingsvol spel

In dit artikel begrijpt de auteur ‘spel’ op verschillende manieren. Zo gaat het over ‘serieus spel’ en over het verbeeldende vermogen van mensen om dingen in een ander perspectief te plaatsen. Door de geestelijk verzorger wordt dit vermogen bij cliënten ondersteund om, door middel van hun levensbeschouwing, tot existentiële zingeving te komen. Voorwaarde is dat de geestelijke verzorger esthetische gevoeligheid ontwikkeld…

 

Daan Van Speybroeck, Dank voor het leven. De ramen van Carmelo Zagari

Marjo van Bergen, Een Ja-zegger worden. Bestaansbevestiging en levensbeaming in geestelijke verzorging

Humanistische geestelijke verzorging houdt zich bezig met de menselijke existentie, met existentiële ontwikkeling en met de daarbij horende vragen. Wat betekent dat en hoe ziet dat er in de praktijk uit? Aan de hand van haar werk in detentiecentra voor vreemdelingenbewaring beschrijft de auteur twee ontwikkelingen op dat existentiële niveau die zij bij haar cliënten meemaakt: bestaansbevestiging en levensbeaming. Het zijn verhalen die laten zien hoe mensen contact kunnen krijgen met hun eigen bestaan, en van daaruit ‘ja’ gaan zeggen tegen hun eigen leven.

 

Jan Hein Mooren & Neanske Tuinman, Eigenheid en verbondenheid. Over humanisme en rituelen

Met als doel het gebruik van rituelen in de geestelijke begeleiding te bevorderen, wordt het begrip ‘ritueel’ vanuit humanistisch oogpunt verkend. Men situeert de bezwaren die de humanistische traditie tegen rituelen had/heeft en werpt een licht op huidige manieren om als humanist naar rituelen te kijken. De auteurs geven voorbeelden van praktijken van humanistische geestelijke verzorgers en ritueelbegeleiders. Tevens schetsen ze wat kenmerkend is voor een humanistisch ritueel.

 

Wim Smeets, ‘Dankbaarheid en liefde, alsof het kindje nog leefde’. In gesprek met geestelijk verzorger Godelieve Pieper

Ondanks het lijden waarmee cliënten te maken krijgen, gaan hun gesprekken met geestelijk verzorgers niet uitsluitend daarover. In dit interview getuigt Godelieve Pieper over de mooie dingen die zij meemaakt bij het uitoefenen van haar beroep. Dankbaar dat ze mensen zo nabij mag zijn en hun veerkracht en moed mag zien en ondersteunen, vertelt ze over een bepaalde situatie die haar en haar cliënten op verschillende manieren heeft geraakt.

 

Wim Smeets & Nicolette Hijweege, Wat heeft u toch een zwaar beroep! Positieve thema’s in gesprekken met geestelijk verzorgers

Op basis van het NISET-onderzoek bij geestelijk verzorgers in Nederlandse zorginstellingen kijken de auteurs naar mogelijke thema’s in gesprekken tussen geestelijk verzorgers en hun cliënten, meer bepaald naar de positieve thema’s. Vervolgens illustreren ze aan de hand van een verbatim hoe naast moeilijkheden, ook positieve zaken besproken worden. De verbondenheid met anderen en met God komt naar voor; daar putten mensen kracht uit.

 

Evert Jonker, Dank – een slotbeschouwing

 

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Subcategorieën