2019

Logo

(Leestijd: 7 - 13 minuten)

Handelingen2019 2 omslagEditieredactie: Hans Schaeffer

 

INLEIDING | Hans Schaeffer
Case studies: praktische theologie en het belang van een methode

Dit nummer van Handelingen, gewijd aan een specifieke vorm van kwalitatief onderzoek: case studies, wil aantonen hoe waardevol juist deze onderzoeksvorm is voor wie zich – zowel in de praktijk van het werkveld als in onderzoek – met praktische theologie en religiewetenschap bezighoudt.

U kunt het hele inleidende artikel lezen door te klikken op inleiding

 

BESCHOUWING | Stefan Gärtner
Van onschatbare waarde

De veranderingen in de geestelijke verzorging met een complexer wordend zorgstelsel en de levensbeschouwelijk pluriforme samenleving vragen om onderwijsvormen waarmee professionals levenslang kunnen leren reflective practitioners te zijn. Dit artikel bepleit daarom het gebruik van de case study in het probleemgestuurd hoger onderwijs aan geestelijk verzorgers.
De wereld van de geestelijke verzorging is in transitie. Het werk van geestelijk verzorgers zal in de toekomst pluriformer zijn dan tot nu toe. Hierdoor wordt de vraag naar hun opleiding opnieuw virulent (Walton 2014). Hoe kan een academische toegangsroute eruitzien die studenten op uiteenlopende settingen voorbereidt, waarin maatwerk en specialisatie van hen wordt verwacht?

 

ONDERZOEK | Sjaak Körver & Martin Walton
Geestelijke verzorging in beeld
Onder het vergrootglas van de case study

Eind 2016 ging het Nederlandse Case Studies Project Geestelijke Verzorging (CSP) van start en is nu halverwege de looptijd. De belangstelling is groot. Meer dan vijftig geestelijk verzorgers doen mee, evenals een tiental onderzoekers van vier universiteiten. Een onderzoeksproject, waarin geestelijk verzorgers zichzelf en hun werk herkennen en ook daadwerkelijk een bijdrage leveren.

Case Studies Project
In 2011 hield George Fitchett een krachtig pleidooi om met behulp van case studies onderzoek te doen naar de feitelijke praktijk van geestelijk verzorgers. Hij constateerde dat er veel te weinig bekend is over wat er concreet in de geestelijke verzorging gebeurt. Zijn doel was om met deze bibliotheek van case studies good practices te kunnen identificeren, verder onderzoek te doen naar de effectiviteit en resultaten van geestelijke verzorging, en te kunnen verhelderen – in de opleiding van geestelijk verzorgers, en voor collega’s en beleidsmakers – wat geestelijke verzorging inhoudt en kan bijdragen aan de zorg (Fitchett 2011).
Dit pleidooi heeft hij in maart 2015 in Utrecht herhaald, hetgeen de aanzet vormde voor het Nederlandse Case Studies Project Geestelijke Verzorging (CSP), dat eind 2016 van start gegaan is en nu ongeveer halverwege zijn looptijd is. Het project is een gezamenlijk initiatief van de Protestantse Theologische Universiteit en de Tilburg School of catholic Theology (TST), is ingebed in het Universitair Centrum voor Geestelijke Verzorging (UCGV) en staat onder leiding van de beide auteurs van dit artikel.
Sinds de oproep van Fitchett zijn er – naast een aantal losse case studies – een tweetal bundels met case studies verschenen (Fitchett & Nolan 2015; 2018) en een themanummer van het Britse tijdschrift Health and Social Care Chaplaincy (Fitchett & Nolan 2017). In dat themanummer is een beschrijving en verantwoording van de werkwijze van het CSP opgenomen plus een eerste case study op basis van het door ons ontworpen model (Van Loenen, Körver, Walton, & De Vries 2017; Walton & Körver 2017). Wij waren overdonderd door de belangstelling. Op dit moment zijn 56 geestelijk verzorgers bij het project betrokken, in principe voor vier jaar, evenals ruim tien onderzoekers van vier universiteiten.
Het Case Studies Project heeft een bijzondere weerklank bij de beroepsgroep zelf, maar ook in de wereld van het onderzoek naar geestelijke verzorging en ook bij de overheid en beleidsmakers. Dit bleek onder andere tijdens de internationale conferentie Do we have a case?, die op 25 en 26 februari 2019 werd gehouden – in samenwerking met de Commissie Wetenschap van de Vereniging voor Geestelijk VerZorgers (VGVZ) en het (hierboven al genoemde) UCGV. In ieder geval is duidelijk dat het een onderzoeksproject is, waarin geestelijk verzorgers zichzelf en hun werk herkennen en ook het gevoel hebben een bijdrage te kunnen leveren.

 

CASUS | Jowien van der Zaag, Sjaak Körver & Martin Walton
Energie én bezieling
Geestelijke verzorging en oncologische revalidatie

Het inzetten van eigen terminologie kan het domein van geestelijke zorg verhelderen, zeker in een omgeving van oncologische revalidatie. Deze case study uit het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis in Amsterdam, in het kader van het lopende Case Studies Project, laat zien hoe wezenlijk het belang van spirituele zorg is en tot zijn recht komt in een gestructureerd aanbod.

Achtergrond en context
Mevrouw wordt door de revalidatiearts in opleiding – een physician assistent – doorverwezen naar de geestelijk verzorger. Het gaat om een vrouw van 66 jaar, voor de tweede keer getrouwd. Zij heeft een zoon uit het eerste huwelijk. Haar huidige man woont in het buitenland waar zij regelmatig naartoe gaat. Zij heeft pedagogiek gestudeerd en is sinds kort gepensioneerd. Zij weeft op hoog niveau en doet intensief aan yoga. Zij is katholiek opgevoed, voelt zich nu echter breed spiritueel.
Voor de derde keer is de vrouw gediagnosticeerd met borstkanker. De behandeling met chemotherapie en bestraling is afgerond en zij is in consult bij het medisch-maatschappelijk werk, waar blijkt dat de vrouw intens – fysiek en mentaal – vermoeid is. Dit leidt tot een verwijzing naar het Medisch Specialistisch Revalidatieprogramma in het Antoni van Leeuwenhoek (ziekenhuis gespecialiseerd in oncologie), waarin kankerpatiënten multidisciplinair worden begeleid als er sprake is van beperkingen of problemen op lichamelijk, psychisch, sociaal en spiritueel vlak. In dit programma wordt gewerkt volgens de Richtlijn Oncologische Revalidatie. Mevrouw stemt in met deze verwijzing.

 

CASUS | Gertjan Jorissen, Carmen Schuhmann, Theo Pleizier, Jacques Körver, Martin Walton
Je kunt een mens uit de oorlog halen, maar de oorlog niet uit een mens

De volgende casusbeschrijving uit het lopende Case Studies Project raakt aan een pijnlijk hoofdstuk uit onze nationale geschiedenis: de inzet van Nederlandse militairen in Nederlands-Indië. De casusbeschrijving laat zien welke specifieke en tijdsintensieve aandacht begeleiding van de (wegens leeftijd) snel krimpende groep ‘oude veteranen’ vraagt.

Achtergrond en context
Het gaat in de beschrijving om een huisbezoek door een geestelijk verzorger bij de krijgsmacht aan dhr. Klaas, 89 jaar, zowel Tweede-Wereldoorlog-veteraan als Nederlands-Indië-veteraan. Dhr. Klaas heeft – net als veel Nederlands-Indië-veteranen – pas op late leeftijd PTSS-gerelateerde verschijnselen gekregen. Hij is hiervoor uitgebreid in behandeling geweest, maar uiteindelijk bleek de PTSS onbehandelbaar. Hij heeft veel restklachten, waaronder veelvuldige nachtmerries.
Dhr. Klaas heeft eerder contact met de eigen dominee gezocht om zijn verhaal te kunnen vertellen, maar dit liep op niets uit – volgens dhr. Klaas omdat de dominee niet thuis was in het militaire taalspel. De geestelijk verzorger legde contact met dhr. Klaas op verzoek van de zorgcoördinator van het ABP (dhr. Klaas ontvangt een Militair Invaliditeits Pensioen). Deze stuurde een e-mail waarin hij dhr. Klaas beschreef als een uitbehandelde veteraan met een dringende behoefte om te praten over zijn verleden maar die niemand in zijn omgeving had die zijn verhaal zou kunnen begrijpen.

 

REFLECTIE | Niels den Toom, Martin Walton & Sjaak Körver
Jezelf als een ander

Deze bijdrage gaat in op de verhouding tussen onderzoeker en geestelijk verzorger. Promovendus Niels den Toom reflecteert hierop in het kader van zijn onderzoek naar de invloed van deelname aan case studies-onderzoek op de beroepspraktijk van geestelijk verzorgers. Het Case Studies Project zelf als casus beschouwd.
Als je de rollen van onderzoeker en geestelijk verzorger combineert, wat krijg je dan: licht of kortsluiting? De houdingen tegenover onderzoek en geestelijke verzorging roepen primair reactie voor of tegen op. Sommigen ervaren het bijvoorbeeld als onmogelijk om een tweeledige relatie met een cliënt te hebben van meelevende geestelijk verzorger en afstandelijke onderzoeker (Nolan 2018). Andere geestelijk verzorgers benadrukken juist dat onderzoek doen hen verandert (Grossoehme 2011), hun praktijk verlevendigt (Kelly 2014, iv) en dat beide rollen vruchtbaar zijn (Van der Leer 2016).
In deze bijdrage wil ik het gesprek over geestelijke verzorging en onderzoek verdiepen, door te reflecteren op de ervaringen van geestelijk verzorgers die als medeonderzoekers betrokken zijn in het lopende Case Studies Project (zie hiervoor het artikel ‘Geestelijke verzorging in beeld’, blz. 17 ev.).
Ik begin met een inleiding op de verhouding tussen geestelijke verzorging en onderzoek, die de leemte blootlegt waar mijn verkennende bijdrage in wil voorzien. Vervolgens zal ik op basis van gehouden interviews de verhouding tussen geestelijke verzorging en onderzoek op een viervoudige manier typeren en uitwerken. Tot slot blik ik terug op welke inzichten en uitzichten dit artikel biedt.

 

REFLECTIE | Koos Tamminga
Gids in een onbekende stad
Waarde en valkuilen van een ‘single case study

Hoe kun je als praktisch theoloog betekenisvol bijdragen aan de reflectie op geleefd geloof? Promovendus Koos Tamminga onderzoekt het gebruik van single case studies in de praktische theologie, gaat in op de plaats van kwalitatief onderzoek en de verwachtingen daarvan en komt met aanbevelingen.
Hoe kun je als praktisch theoloog betekenisvol bijdragen aan de reflectie op geleefd geloof? Betekenisvol in de zin van: de stand van de praktische theologie verder brengen door een breder en dieper begrip van de realiteit van dat geloof in allerlei vormen en verbanden. Maar ook in de zin van: aansluiting vinden bij die realiteit om haar verder te brengen: het handelingsperspectief.
Zulk betekenisvol bijdragen wordt vandaag de dag steeds vaker ingevuld met gebruikmaking van empirisch onderzoek, vooral de kwalitatieve variant daarvan. Door kwalitatief onderzoek komen we dicht op de huid van de realiteit van geleefd geloof: we spreken mensen, bestuderen wat zij doen en hoe zij daaraan betekenis geven.
In dit artikel wil ik reflecteren op een specifieke vorm van kwalitatief onderzoek die zich tot doel stelt zo dicht mogelijk bij het concrete, lokale niveau te komen. Het gaat dan om zogeheten single case study-onderzoek. In de volgende paragraaf verhelder ik eerst kort wat daaronder verstaan wordt in de literatuur en welke sterke punten en zwakten er in de sociale wetenschappen aan dit soort onderzoek worden toegekend.
Vervolgens ga ik in op de plaats van kwalitatieve methoden in praktisch-theologisch onderzoek. Daarbij kijk ik vooral naar wat praktische theologie eigenlijk verwacht van zulke methoden.
In een volgende paragraaf komt dan de vraag aan bod of en, zo ja, waarom single case study-onderzoek een geschikte vorm van kwalitatief onderzoek is om in te zetten in de praktische theologie. Ik sluit af met enkele aanbevelingen omtrent het praktische-theologische gebruik van deze onderzoeksstrategie.

 

SLOTREFLECTIE | Hans Schaeffer
De zaak is het waard

Een nummer over case studies – wat heeft dat nu uiteindelijk gebracht? Case studies zijn een specifieke methode waarmee kwalitatief onderzoek gedaan wordt. Dit soort onderzoek vraagt onze aandacht voor de concrete werkelijkheid, voor het gemarginaliseerde, voor de persoon van de onderzoeker, en voor de samenwerking tussen onderzoeker en degenen om wie het onderzoek draait. Wat in dit nummer voor het voetlicht is gehaald, betreft al deze aspecten.
Körver en Walton hebben in hun artikel een overzicht geboden van het grote Case Studies Project (CSP). Gestart in 2016 is het nu ongeveer halverwege – nog onvoldoende dus om een afgerond beeld te geven van de resultaten. Maar het mooie van zo’n tussenstand is dat het alvast aanleiding biedt tot een aantal voorlopige observaties.

 

INTERVIEW | Tom Lormans
‘Verbaal repertoire meegeven in kwalitatief onderzoek’

Prof.dr. Fred Wester is emeritus hoogleraar Communicatiewetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij doet onderzoek naar de rol van media en mediaboodschappen: televisieprogramma’s, krantenberichten, websites, tijdschriftartikelen en reclameborden, en in het bijzonder naar de kenmerken en tendenties in de uitingen en de sociaal-culturele boodschappen die zij bevatten.
Publicaties van zijn hand als Strategieën voor kwalitatief onderzoek (1996) en Inhoudsanalyse: theorie en praktijk (2013) helpen (toekomstige) onderzoekers nog altijd bij het opzetten, verhelderen en beschrijven van hun onderzoek.
Ook is hij voorzitter van KWALON, een onafhankelijke organisatie van onderzoekers en docenten aan universiteiten, hogescholen, onderzoeksbureaus en andere organisaties die zich bezighouden met reflectie op de methodologie van kwalitatief sociaalwetenschappelijk onderzoek.
Zijn kennis van en ervaring met het verrichten van kwalitatief onderzoek maken hem een expert van wie veel geleerd kan worden op het gebied van case studies.

 

IN BEELD | René Rosmolen
‘Grandeur en misère’

Beeldmeditatie

 

DE PROMOTIE | Jacobine Gelderloos
Dorpskerken en leefbaarheid van het platteland

In de wisselrubriek ‘De promotie’ deze keer aandacht voor het proefschrift van Jacobine Gelderloos, Meaningful in the Margins. Churches and Quality of Life in the Dutch Countryside, over de betekenis van dorpskerken voor de leefbaarheid op het platteland.

 

TRENDBERICHT | Wim Smeets
‘Een pastorale of spirituele focus in supervisie’

Welke aandacht wordt in de recente supervisie-literatuur gegeven aan de onderwerpen ‘pastoraal’ en/of ‘spiritueel’? Pastorale supervisie heeft een oudere traditie, dus daar beginnen we mee. In het tweede deel nemen we spiritualiteit in supervisie onder de loep.
We starten met (hand)boeken en proefschriften om vervolgens te kijken naar artikelen in tijdschriften. Bij onze zoekstrategie zochten en vonden we resultaten in ‘Web of Science’, ‘PsycINFO’, ‘Atla’ en ‘Google Scholar’. Gezien de reikwijdte van deze bijdrage beperken we ons tot de meest relevante bijdragen. We sluiten onze bijdrage af met een concluderende terugblik.

Literatuurbericht parallel aan en uitgebreider dan Trendbericht volgt binnenkort op de website

Meer lezen
• Johan Bouwer, Pastorale diagnostiek: modellen en mogelijkheden, Zoetermeer: Boekencentrum, 1998.
• Marie-José Geenen, De reflectieve professional, Bussum: Coutinho, 2016.
Reflecteren: leren van je ervaringen als professional. Bussum: Coutinho, 2018.
• Elaine Graham, Heather Walton en Francis Ward, Theological Reflection: Methods, SCM Press, 2005.
• Mirjam Groen, Reflecteren: de basis. Op weg naar bewust en bekwaam handelen, Groningen: Noordhoff, 2015.
• Corja Menken-Bekius, Reflecteren kun je leren. Basisboek voor pastoraat en geestelijke verzorging, Kampen: Kok, 2010.
• Daniel S. Schipani, ‘Case Study Method’, in: The Wiley Blackwell Companion to Practical Theology, onder redactie van Bonnie J. Miller-McLemore (pp. 91-101), Chichester: Wiley-Blackwell, 2014.
John Swinton en Harriet Mowat, Practical Theology and Qualitative Research (2e ed.), London: SCM Press, 2016.

Reflectiemodellen
• Er zijn allerlei reflectiemodellen. Via de website reflectiesite.nl/ kan kennisgemaakt worden met o.m. het model Korthagen, het model Gibbs, en het model Lingsma en Scholten (tripel-loop-leren). Een zinvolle en instructieve site met veel verwijzingen en artikelen.
• Een ander model is eveneens instructief: het FICA-model, zie de website smhs.gwu.edu/gwish/clinical/fica

The FICA tool can help you think about your personal spiritual history:
F – Faith and Belief
Do I have a spiritual belief that helps me cope with stress? With illness? What gives my life meaning?
I – Importance
Is this belief important to me? Does it influence how I think about my health and illness? Does it influence my healthcare decisions?
C – Community
Do I belong to a spiritual community (church, temple, mosque or other group)? Am I happy there? Do I need to do more with the community? Do I need to search for another community? If I don't have a community, would it help me if I found one?
A – Address in Care
What should be my action plan? What changes do I need to make? Are there spiritual practices I want to develop? Would it help for me to see a chaplain, spiritual director, or pastoral counselor?

 

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
(Leestijd: 3 - 6 minuten)

Editieredactie: Jorge Castillo GuerraHandelingen2019 1 omslag

 

INLEIDING | Jorge Castillo Guerra
Wereldchristendom in Nederland

Onze omgeving en de media zorgen ervoor dat migratiescenario’s deel uitmaken van het leven van alledag. Er is geen regio in de wereld die niet te maken heeft met het fenomeen van de menselijke mobiliteit.

U kunt het hele inleidende artikel lezen door te klikken op inleiding

 

TIPS BIJ HET THEMA

In het papieren nummer staan tips bij het thema. In dit document met tips Vindt u ze met direct aanklikbare links en nog extra tips

ONDERZOEK | Jorge Castillo Guerra
Migratiestromen en grensbeleid

Over de hele wereld zijn allerlei migratiestromen zichtbaar, in reactie op een scala aan ontwikkelingen die zich binnen en buiten grenzen afspelen. Zowel emigratie- als immigratielanden hebben zich hiermee te verhouden, waarbij welvarende immigratielanden vaak de spelregels bepalen. In toenemende mate wordt migratie ook gepolitiseerd. Welke redenen zitten er bijvoorbeeld achter het repressieve migratiebeleid van Europa? Een overzicht van oorzaken, beweegredenen, migratiebeleid en humane perspectieven.

 

PORTRET | Heleen Murre-van den Berg
De Syrisch-orthodoxe gemeenschap in Nederland

Op verschillende plaatsen in Nederland wordt deze jaren door Turkse en Marokkaanse migranten herdacht dat ze vijftig jaar in Nederland zijn. Ook voor de Syrisch-orthodoxe gemeenschap in Nederland geldt dat haar wortels in de jaren zeventig liggen. Die gelijktijdigheid heeft te maken met het feit dat de eerste Syrisch-orthodoxe migranten als gastarbeiders kwamen, net als Turkse moslims en Armeniërs, vooral voor de textielindustrie in het oosten van Nederland.

 

PRAKTIJK | Simon de Kam
Samen met alle heiligen
Protestantse en interculturele kerken

‘Moge Hij [de Vader van elke gemeenschap, SdK] vanuit Zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door Zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. Dan zult u samen met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid’ (Efeziërs 3:16-19).

Bovenstaande bijbeltekst schetst mij het ideaal voor de samenwerking tussen protestantse kerken en interculturele kerken in Nederland. De grote diversiteit van interculturele kerken ervaar ik als een zegen, want hierdoor kunnen we samen de liefde van Christus nog breder en dieper leren kennen.

 

ACHTERGROND | Jorge E. Castillo Guerra
Nieuwe manieren van christen-zijn
Rooms-katholieke migranten in Nederland

Wat weten we over de rooms katholieke migranten in Nederland, over hun migratiegeschiedenis, relatie met de Rooms-Katholieke Kerk en diversiteit? Waarom hebben ze specifieke pastorale begeleiding nodig?

Vorig jaar bezocht ik met studenten van de Radboud Universiteit Nijmegen verschillende religieuze gemeenschappen van migranten in Amsterdam-Zuidoost, waar zo’n honderddertig migrantenkerken te vinden zijn. Na alle bijzondere indrukken die we opdeden in een multiculturele pinksterkerk met leden uit de Antillen, Suriname en diverse Afrikaanse landen, bezochten we de Engelstalige parochie All Saints Catholic Church, beter bekend als het Afrikahuis.
Deze rooms-katholieke kerk, een eenvoudig gebouw dat eerder voor een gezondheidscentrum bestemd lijkt, was bomvol. We kwamen middenin een eucharistieviering binnen en proefden meteen de feestelijke sfeer, met onder de deelnemers veel kinderen en jongeren. Ze waren chic gekleed in Afrikaanse gewaden of kleren met Afrikaanse motieven. Hun luide gezang en intense gebeden straalden toewijding en passie uit.
Er werd in de viering ook een baby gedoopt. De doopritus verliep deels zoals gangbaar is onder rooms-katholieken: met peetouders die doopbeloftes en de geloofsbelijdenis uitspreken, wijwater dat over het hoofdje van de baby wordt gegoten, het zalven van het voorhoofd van het kindje met olie en het aansteken van de doopkaars. Een ander deel van de doopritus was voor ons onbekend: een grote groep kerkgangers vormde zingend en met cadeautjes (zoals luiers, snoetpoetsdoekjes, slabbetjes) in de hand een rij in het middenpad van de kerk, zoals gebruikelijk bij het ontvangen van de communie. Ze zongen en liepen naar de trotse ouders die de cadeaus in ontvangst namen.
Deze ritus is volgens kenners gebruikelijk in Nigeria en Ghana, maar ik heb het niet eerder gezien, noch in Latijns-Amerika noch in Europa. Het illustreert het fenomeen dat in dit themanummer van Handelingen centraal staat: wereldchristendom in Nederland, dat voor nieuwe manieren van christen-zijn in Nederland zorgt. Het verhaal gaat over de veranderde verhoudingen in het wereldchristendom door de migratie zoals we die vanuit de Nederlandse situatie kunnen waarnemen, de universaliteit van het geloof (katholiciteit) die van dichtbij wordt ervaren als ‘glocalisatie’. Dat wil zeggen, als geloofstradities uit verschillende windrichtingen (global) die in de lokale gemeenschap (local) te ervaren zijn.

 

PRAKTIJK | Paulien Matze
Een leven in kleur
Geestelijke verzorging in multicultureel Rotterdam

‘Wie was ik nog na de migratie?’ vroeg een oudere Surinaamse vrouw zich af. Wie ben je als je geen deel meer uitmaakt van de context waarin je ‘kende en gekend’ werd? Een breuk als migratie bedreigt de identiteit en vraagt om (het delen van) verhalen. Zo kunnen mensen tot een herwaardering komen van wie zij zijn en kunnen zij ‘geïntegreerd’ raken. Het is een manier om de identiteit te versterken, blijkt uit de pilot ‘Mijn leven in kleur’ die Paulien Matze uitvoerde.

 

BESCHOUWING | Frans Wijsen
Einde verhaal?
Secularisatie, pluralisatie en evangelisatie in Nederland

In 2016 verscheen de vijfde editie van het onderzoek God in Nederland. Het onderzoek stelt ‘wijkend christendom’ vast: minder mensen geloven minder. En dus vragen pastores zich af: hoe verder? Valt er nog wat te ‘herderen’ als er straks geen schapen meer in de kudde zijn? Blijven we volhouden op de gebaande paden tot het bittere einde, in de hoop (tegen beter weten in) dat het tij zal keren? Of moeten we omdenken?

 

INTERVIEW | Tom Lormans
‘Een beter besef van wat migratie is, is noodzakelijk’

Leo Lucassen is directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam en hoogleraar Global Labour and Migration History aan de Universiteit Leiden. Samen met Henk van Houtum publiceerde hij het boek Voorbij Fort Europa. Een nieuwe visie op migratie (2016). Samen met Paul Scheffer en Ernst Hirsch Ballin is hij uitgever van de essaybundel Regie over migratie.Naar een strategische agenda van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2018). Onlangs verscheen in geheel herziene en geactualiseerde editie Vijf eeuwen migratie, waarin Leo en Jan Lucassen meningen over de lange en rijke Nederlandse migratiegeschiedenis toetsen aan de historische feiten.

 

DE PROMOTIE | Jan Eijken
Strijd om betekenis: cruciale fase in het proces van interculturele kerkopbouw

De wisselrubriek ‘De promotie’ besteedt deze keer aandacht aan het proefschrift dat Jan (J.A.J.) Eijken op 3 december 2018 verdedigde aan het Nijmeegs Instituut voor Missiewetenschappen aan de Radboud Universiteit, getiteld: Strijd om betekenis. Discoursanalyse van een beleidsmatig experiment interculturele kerkopbouw in de Schilderswijk, Den Haag 2000-2010. Promotoren: prof.dr. F.J.S. Wijsen en prof.dr. J.B.M. Wissink, copromotor: dr. J.E. Castillo Guerra.

 

IN BEELD | René Rosmolen
‘Dit is mijn land’

Beeldmeditatie

 

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn