(Leestijd: 6 - 12 minuten)

Handelingen2019 4 omslagEditieredactie: Hans Schilderman

INLEIDING | Hans Schilderman
Het goede leven interpreteren in de context van het lijden

‘La dolce vita’, het magistrale drama van regisseur Frederico Fellini uit 1960, start met een scène waarin een gigantisch Christusbeeld, hangend onder een helikopter, over de ruïnes van een Romaans aquaduct naar het Vaticaan vliegt. ‘Kijk, het is Jezus’, zeggen schaars geklede dames even later vanaf het luxe penthouse in de Romeinse suburb waar de helikopter boven cirkelt, ‘waar gaat hij naar toe?’

U kunt het hele inleidende artikel lezen door te klikken op inleiding

 

TIPS BIJ HET THEMA
In het papieren nummer staan tips bij het thema. In dit document met tips vindt u ze met direct aanklikbare links en nog extra tips

 

ONDERZOEK | Hans Thijssen
Stoïcijnse en boeddhistische gelukskunde voor de moderne mens
Filosofisch perspectief

In The New York Times van 29 maart 2019 viel te lezen dat Silicon Valley in de greep is van een nieuwe trend: lijden als een stoïcijn. Voormannen van Apple, Google en Twitter omarmen een regime van pijnlijk lang zitten op een kussentje, hongeren en koude douches. Hun doel is gemoedsrust, of wellicht ook om zichzelf uitdagingen te stellen in de traditie van onze Griekse voorvaderen. Californische gekkigheid of een veel breder gedragen opleving van wijsheidstradities?
Een historica van de universiteit van Chicago vergeleek desgevraagd de belangstelling voor de stoïcijnen onder de huidige rich and powerful met die in het oude Rome. Zij schrijft de populariteit van de stoïcijnen onder juist die groep toe aan hun ethiek, die gericht zou zijn op het in stand houden van de huidige stand van zaken, omdat die de perfecte ordening van het universum weerspiegelt.
Het liefst zou je de populariteit van stoïcijnse filosofie in Silicon Valley af willen doen als Californische gekkigheid, te wijten aan te lange blootstelling aan de zon. De reden om dat niet te doen is dat ze onderdeel is van een veel breder gedragen opleving van het stoïcisme, die ik in verband breng met de toegenomen belangstelling voor een andere wijsheidstraditie: het boeddhisme, en in het kielzog daarvan, mindfulness.
De hedendaagse belangstelling voor deze eeuwenoude tradities komt voort uit een behoefte aan antwoorden op levensvragen die ook ons bezighouden. Ziekte, ouderdom en dood zijn onontkoombaar, maar hoe ga je om met (onvermijdelijk) lijden en hoe kun je een gelukkig leven leiden?
Interessant aan de Stoa en het boeddhisme is, dat ze de invloed van onze geest op lijden en geluk hebben onderkend. Ze beweren dat we ons levensgeluk in de verkeerde zaken zoeken en geven adviezen hoe we ons los kunnen maken van onze geestelijke blindheid. De inzichten en de praktijken van deze tradities hebben weerklank gevonden bij een breed publiek. Wat kunnen we leren van deze wijsheidstradities van meer dan tweeduizend jaar geleden?

 

ONDERZOEK | Peter Nissen
Kwetsbaarheid, aanvaarding en het onvoorwaardelijke
Theologisch perspectief

Het goede leven en het geluk zijn belangrijke thema’s geworden in het populaire discours over zingeving en levenskunst. Vaak is dat discours doortrokken van een idee van maakbaarheid: het goede leven en het geluk liggen binnen je bereik, maar je moet er wel zelf aan werken. Het theologische perspectief op het goede leven en op geluk is anders: het is een ervaring van genade.
Het theologische perspectief wordt gedragen door de gedachte van de ontvankelijkheid voor iets dat je geschonken wordt: het besef aanvaard te zijn, er te mogen zijn zoals je bent. Die ervaring zou ik in klassieke theologische taal er een van genade willen noemen. Het is de ervaring die ook wordt aangeduid met andere klassieke theologische concepten als heil, verlossing, vergeving of rechtvaardiging.
Ik ga in deze bijdrage op zoek naar een religieus fundament voor de interpretatie van het menselijk leven en de plaats van het lijden daarin, en ik doe dat – ik ben tenslotte gevraagd om vanuit een theologisch perspectief te schrijven – in relatie tot de dimensie van het uiteindelijke, het ultieme, dat wat we, bij gebrek aan een beter woord en om te vermijden dat we voortdurend omslachtige omschrijvingen moeten maken, God noemen, zonder dat ik bij het gebruik van dat woord enige pretentie heb precies te weten wat ik bedoel. Maar ik spreek het uit als, om met de filosoof C.A. van Peursen te spreken, de uitdrukking van ‘een nieuwe en steeds meer verrassende herkenning van een bevrijdende Aanwezigheid’ (Van Peursen 1967).

 

ONDERZOEK | Anne Speckens
Kan mindfulness het lijden van patiënten verlichten?
Medisch perspectief

Mindfulness based-interventies worden de laatste jaren in toenemende mate in de gezondheidszorg toegepast, ook in Nederland. Mindfullness is geworteld in de boeddhistische traditie en wil het lijden van ‘gewone’ mensen met stress, pijn of lichamelijke ziekten verlichten en compassie en wijsheid vergroten.
Mindfulness werd al in de jaren zeventig van de vorige eeuw geïntroduceerd in de gezondheidszorg door Jon Kabat-Zinn. Hij definieert mindfulness als: met aandacht aanwezig zijn in het hier en nu, met een vriendelijke, open en onderzoekende grondhouding (Kabat-Zinn 2014).
Een definitie, die recentelijk door Christina Feldman (2017) nader werd gepreciseerd: Mindfulness is de bereidheid en het vermogen om op een vergelijkbare manier aanwezig te zijn bij alle gebeurtenissen en ervaringen, of ze nou prettig of onprettig zijn, met vriendelijkheid, nieuwsgierigheid en onderscheidingsvermogen.

 

IN BEELD | René Rosmolen
De dans

Beeldmeditatie bij De sabbat der eenvoudigen van Hendrik Nicolaas Werkman,
ook te zien en te lezen hier op de website

 

PRAKTIJK | Wim Smeets
De diepgang van iemands unieke verhaal

We zijn niet meer ingebed in een groot verhaal. Traditionele referentiekaders zoals het geloof zijn weggevallen. Veel mensen weten niet meer goed hoe ze moeten leven: in deze tijd moeten we de zin van ons leven zelf creëren (…) Om de betekenis van een crisis te ervaren, vraagt het dat je luistert naar de ander – en die ander helpt zijn eigen antwoorden op het spoor te komen (…) Bijvoorbeeld het thema rust en ruimte in iemands levensloop onderzoeken. Waar en wanneer heb je dat wel ervaren? Hoe deed je dat vroeger, waar kon je op adem komen? Wat gaf jou toen voldoening? Dat is iemands unieke verhaal – en daarin ligt de unieke oplossing. (Susanne Kruys, 2018)

Mensen vertellen talloze malen over hun leven, informeel en bij hulpverleners. Soms vertellen ze met verve, soms schoorvoetend. Meestal worden fragmenten naar voren gehaald, af en toe het hele leven. De meeste verhalen zijn oppervlakkig. Als het leven op het spel staat, krijgt het verhaal diepgang. Veel hangt af van het publiek. Is dat oprecht geïnteresseerd? Voelt het zich bondgenoot van de verteller? Hoe reageert men op het verhaal, passief of stimulerend? Het maakt verschil of het verhaal live gebracht wordt of op schrift is gesteld.

Vier perspectieven
De wetenschap is gefascineerd door de mens als verhalenverteller. We beperken ons tot vier perspectieven: de filosofie, de psychologie, de theologie en de geneeskunde.

 

PRAKTIJK | Ignace de Haes
Oerscène, zingeving en veranderende beleving

Sinds een jaar of vijf werk ik als loopbaanbegeleider voor studenten. Al snel begreep ik dat studenten het van twee dingen in ieder geval niet moesten hebben: een goed diploma en ervaring. Er zijn namelijk altijd anderen die een beter diploma en/of meer ervaring hebben. Ze moeten een goed verhaal hebben, bedacht ik. Ik kwam uit bij Mark Savickas en zijn zeven zinvragen, en bij Mieke Bouma met haar oerscène en levensplot.
Mark Savickas begon als career officer. De eerste jaren van zijn carrière moesten de studenten allerlei testen bij hem invullen, die hij vervolgens ging interpreteren. Maar hij kwam er al snel achter dat het nakijken van testjes geen echte career counseling is, daarom ontwikkelde hij career counseling-methoden op basis van het eigen verhaal van de student. Inmiddels is hij hoogleraar in de gedragswetenschappen en een van meest gezaghebbende wetenschappers op het gebied van loopbaanontwikkeling. Hij heeft een model ontwikkeld onder de naam Career Construction Theory (2005).
Savickas concludeert dat het werken aan je loopbaan hetzelfde is als het ontwikkelen van jezelf. Een loopbaan kun je creëren door het maken van een eigen levensverhaal, waarbij ‘het zelf’ wordt geconstrueerd. Die constructie is het gevolg van een actieve en creatieve houding waarbij reflectie en taal een doorslaggevende rol spelen. Door het formuleren van je verleden, heden en toekomst in verhalen is het mogelijk om te interveniëren in je eigen leven. Mensen gebruiken verhalen immers om hun eigen leven betekenis te geven.
Volgens Mark Savickas is het construeren van je eigen carrière onderdeel van het construeren van je eigen leven. Life design (2012) noemt hij dat. De hamvraag is dan: ‘What am I going to make of my life?Self-defining stories over de eigen levensrol, drijfveren, toekomstverwachtingen en persoonlijke stijl spelen een nog belangrijker rol dan de vragen over de carrièremogelijkheden. Het gaat ook om de vraag hoe je met je eigen privéleven omgaat. Carrière en privé zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

 

PRAKTIJK | Paul van der Velde
Enkele gedachten vanuit het boeddhisme

Het boeddhisme is populair in het Westen. Dit mag een modeverschijnsel lijken, er is ook sprake van een serieus westers boeddhisme dat de maatschappij in vele vormen weet te bereiken. Het westers boeddhisme moet eigenlijk gezien worden als een eigen zelfstandige ontwikkeling. Opmerkelijk is dat dit boeddhisme in het Westen doorgaans niet als een ‘religie’ wordt beschouwd.

Levenswijze? Spiritualiteit? Filosofie?
Gaat het om het definiëren van het boeddhisme in het Westen dan vallen nogal eens termen als ‘levenswijze’, ‘spiritualiteit’, ‘manier van kijken naar het leven’, of ‘filosofie’. Aangezien ik al lang bezig ben met deze beeldvorming van het boeddhisme in het Westen vraag ik vaak door als iemand het boeddhisme prijst omdat het geen ‘religie’ zou zijn: waarom is dat zo belangrijk? De termen zijn uiteindelijk maar etiketjes van westerse oorsprong, met andere woorden eigenlijk het boeddhisme niet eigen.
Toch ligt het niet zo eenvoudig. Voor de westerse aanhang blijkt de terminologie juist heel wat te betekenen. Het niet zijn van een ‘religie’ betekent voor veel westerlingen dat het boeddhisme ‘a-dogmatisch’ zou zijn, dat er niet zoveel hoeft en dat er sprake kan zijn van ‘spirituele groei’.
Nu is het boeddhisme absoluut geen eenheid. De term ‘boeddhisme’ zelf is van westerse oorsprong en het zijn forse ontdekkingen geweest om er achter te komen dat wat op Sri Lanka werd gedaan te maken had met Japan en dat dit alles dan ook nog eens te relateren zou zijn aan de geïdealiseerde biografie van een prins uit Zuid-Nepal en Noordoost-India. Het boeddhisme kent zoveel vormen dat ik er zelf tegenwoordig liever voor kies om te spreken van ‘boeddhismes’. Dit meervoud stuit uiteraard op weerstand, met name bij westerse boeddhisten; boeddhisten zouden uiteindelijk ook zeer veel gemeenschappelijk hebben. Dat klopt ook, maar het is opvallend dat de betiteling ‘boeddhistische filosofieën’ niet op zo’n weerstand stuit.

 

PRAKTIJK | Angeline van Doveren-Kersten
Moreel beraad als een speelveld van het goede leven

Ethiek is de systematische reflectie op het vraagstuk van het goede leven. We kunnen op diverse wijzen ‘aan ethiek doen’. Moreel beraad, de methodische dialoog van professionals over een ethische kwestie, is een van die manieren. Met name in de zorg is moreel beraad over het algemeen gangbare praktijk.
In de literatuur over moreel beraad is veel aandacht voor methodologische aspecten ervan. Minder aandacht is er voor de vraag naar de relatie van moreel beraad als praktijk tot het goede leven als zodanig. Daarover gaat deze bijdrage.
Ik onderscheid drie niveaus waarop moreel beraad en ethiek zich tot elkaar verhouden:
• het niveau van de in het moreel beraad geobjectiveerde ethiek
• het niveau van het moreel beraad als instrument dat gebruikt wordt binnen een bepaalde praxis
• dat van het moreel beraad als praxis zelf
Ik zet uiteen hoe met name op dit laatste niveau het goede leven in het moreel beraad zichtbaar kan worden.

 

PRAKTIJK | Barbara Zwaan
Van DANS naar K.A.N.S.

Hoe het goede leven en het lijden in spirituele zin te interpreteren? Dat is geen gemakkelijk te beantwoorden vraag. Naar mijn idee gaat het om een manier van kijken: wat zie je als je ziet wat je ziet? Het is, met andere woorden, een kwestie van perspectief.
Ik kan niet beloven een sluitend betoog te bieden, of een afdoende oplossing; daar is het probleem, of liever de uitdaging, veel te groot voor. Wel kan ik een ervaringsverhaal vertellen uit de praktijk van mijn werk als geestelijk verzorger in een Haags verpleeghuis. In die casus zijn zowel het goede leven als het lijden aanwezig. Na mijn verhaal verteld te hebben, zal ik erop reflecteren en proberen een spirituele interpretatie van dat goede leven en dat lijden te geven. Het is een kwestie van perspectief en dat werpt twee vragen op: wat is dan dat spirituele perspectief en kun je dat beïnvloeden? Kun je, anders gezegd, een spirituele blik op de dingen en de mensen op de een of andere manier aanleren? Is daar een methode voor? In dit essay wil ik daarnaar zoeken.

 

DE SCRIPTIE | Martijn van Loon
De weg en zijn bestemming. Hoe patiënt en geestelijk verzorger bij elkaar terechtkomen
Masterscriptie Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen
Radboud Universiteit Nijmegen
augustus 2019

Hoe komen patiënt en geestelijk verzorger bij elkaar terecht?
Overal in zorginstellingen werken geestelijk verzorgers met patiënten. De beroepsgroep is goed in staat te reflecteren over hoe dat contact inhoudelijk tot stand komt. De werkrelatie met de patiënt is immers een van de meest cruciale aspecten van geestelijke verzorging. Veel minder wordt gekeken naar de technische, organisatorische kant van contactname, die daaraan voorafgaat.

Probleemstelling
In mijn onderzoek heb ik mij verdiept in het vraagstuk hoe patiënt en geestelijk verzorger bij elkaar terechtkomen en hoe dit is verbonden met beroepsopvatting en beleid. Deze probleemstelling vereist helderheid over een aantal zaken. Bijvoorbeeld:
• Heeft een patiënt wel behoefte aan geestelijke zorg en hoe komt men dat te weten?
• Zijn het domein en de verschillende rollen van de geestelijk verzorger duidelijk afgebakend?
• Hoe verhoudt de geestelijke verzorging zich wat betreft professionaliseringsprocessen en werkwijze tot andere zorgdisciplines?
• En hoe wordt omgegaan met positionering van de afdeling in de instelling, borging van kwaliteit en schaarste van het aanbod van geestelijke verzorging?
Hiervoor is een inventarisatie uitgevoerd onder academische ziekenhuizen.